Fiction » Fable »

Op zoek naar de Rode Kubus
Author:
tamarbastet PM
In kleurrijke wereld waarin alles mogelijk is, leven er een aantal speciale dieren. Voor zichzelf hebben ze een handicap, voor de wereld om hen heen zijn ze 'anders'. Wat is de zin van het leven? Waarom zijn we hier en wat is ons doel? De dieren gaan op avontuur om het leven, anderen, filosofie en de zin van het leven zelf beter te leren kennen...
Rated: Fiction K - Dutch - Adventure/Friendship - Chapters: 3 - Words: 6,492 - Published: 12-30-12 - id: 3087351
A+  A-   Full 3/4 1/2 Expand Tighten

De tijger zonder strepen

Elke dag, stipt om acht uur in de ochtend, stapt er een koningspinguïn uit een taxi naar het parlementsgebouw. Hij draagt een zwarte blazer, stropdas, bolhoed en een zwarte koffer. Elke dag op dezelfde manier kijkt hij strak naar de deur van het gebouw en negeert de straatvegers met vuilniszakken, prikkers en bezems op de hoek. Het is een vermakelijk gezicht. Hij waggelt naar binnen, half struikelend over zijn eigen stropdas. Vandaag weet de pinguin het zover te krijgen dat hij languit op de stoep terecht komt, nog geen tien meter voor de deur. Op de hoek van het gebouw staat een tijger zonder strepen die zich er aan ergert. Terwijl zijn kameraden, twee andere tijgers zonder strepen en een egel, zich niet staande kunnen houden van het lachen, gaat de tijger in kwestie krampachtig door met de stoep vegen. Hij is jaloers op de pinguin. Hij kan niet verkroppen dat de pinguin zichzelf niet serieus neemt. Dat hij elke dag wordt uitgelachen en toch door blijft gaan op de manier zoals hij dat altijd doet. Zijn kameraden lachen zo hard om de pinguin, omdat zij zich allemaal te min voelen. Het liefst ziet hij zijn kameraden zich niet zo uitsloven, omdat dit alleen maar laat blijken hoe moeilijk zij het met zichzelf hebben. Maar de wereld is zoals hij is en die kun je niet veranderen. Daarom zullen hij en zijn kameraden altijd straatvegers blijven, als ze pech hebben zal dat altijd in de buurt zijn van het parlementsgebouw.

Een dag later is alles weer hetzelfde. De taxi met de pinguin erin komt weer aangereden. De tijgers en egel draaien hun hoofd naar het schouwspel om zich weer opnieuw te laten vermaken, behalve onze tijger, die zijn oog laat vallen op een dikke drol die een of andere hond voor hen heeft neergelegd. Maar als de pinguin de taxi uit stapt, klinken er teleurgestelde geluiden. De tijger kijkt op en ziet dat de pinguin een nieuwe stropdas heeft. Deze stropdas is zo kort, dat hij er onmogelijk over kan struikelen. De pinguin waggelt met een zelfgenoegzame, zuinige lach het plein over naar het gebouw. De tijger ziet hoe zijn kameraden met gekwetste blikken naar de pinguin kijken, die zonder moeite de deur van het gebouw nadert. En dan doet hij iets waarvan hij nooit had gedacht dat hij het in zich had. Hij pakt met zijn grote klauw de vieze dikke drol in zijn geheel op en werpt die met een wonderlijke preciesheid – FLATS- in het gezicht van de pinguin. Deze gilt het uit van schrik. Zijn hele gezicht zit onder. De straatschoonmakers en omstanders kijken van verbazing en verwondering van de pinguin naar de tijger en weer terug. De beveiligers van het gebouw, twee honden, rennen op hem af terwijl omstanders schreeuwend naar de tijger wijzen. De tijger zelf staat te trillen, hij weet niet of hij nu moet vluchten, vechten of overgeven. Terwijl de gillende pinguin naar binnen wordt geholpen komen de beveiligers naar de tijger toe en willen hem vastgrijpen. De tijger reageert zoals zijn instinct het hem ingeeft en met zijn poepklauw grijpt hij naar het gezicht van een van de honden. Deze deinst terug met een bloedend en vies gezicht. De tijger hoort zijn kameraden achter zich schreeuwen. 'Ren!' roepen ze. De tijger heeft er geen zin meer in. Als hij rent, kan hij nooit meer terug komen. De beveiligers proberen hem nu weer vast te pakken en nu laat de tijger het vrijwillig toe. De politie is er ondertussen ook al aangekomen. Ze slaan de tijger in de boeien en lezen hem zijn rechten voor. Terwijl hij wordt afgevoerd, kijken zijn kameraden hem na.

Diezelfde middag nog, terwijl de tijger met spijt zit te kniezen in de cel, vertelt een agent dat hij bezoek heeft. Het zijn zijn kameraden. Ze kijken hem aan met een mix van medelijden, verwondering en aanbidding. De tijger weet zich geen houding te geven. Ze vragen hem waarom hij deed wat hij deed, waarom hij niet rende, hoe lang hij moet zitten en wat hij daarna gaat doen. De tijger weet het allemaal niet. De tijger weet niets meer. Wanneer zijn kameraden weg zijn, is hij nog steeds somber. Een paar uur later komt de agent weer langs.

'Je mag naar huis, want iemand heeft je vrijgekocht'.

'Laat me maar zitten', zegt de tijger. 'Ik weet toch niet wat ik met mijzelf aan moet'.

'Iedereen maakt wel eens fouten,' zegt de agent, 'en die van jou zijn je vergeven. Kom maar mee.' De agent leidt de tijger naar de lobby, waar niemand minder dan de pinguin hem op staat te wachten.

De pinguin loopt met de tijger mee naar buiten.

'Waarom hebt u mij vrijgekocht, meneer Pinguin?' vraagt de tijger, terwijl hij zijn stappen inhoudt zodat de pinguin hem bij kan bijhouden.

'Omdat je het niet zo bedoelde,' zegt de pinguin.

'Maar ik bedoelde het wel zo,' zegt de tijger terwijl hij de pinguin uit schaamte niet aankijkt.

'Jij hebt er wel spijt van, toch?' vraagt de pinguin.

'Jazeker. Ik heb er spijt van.' Nu kijkt de tijger de pinguin weer aan, omdat hij wilt dat de pinguin weet dat hij het meent.

'Waarom heb je het gedaan? Was je boos op mij?'

'Ik weet het niet. Hoe kan ik nou boos om u zijn, u heeft mij nooit wat gedaan.'

'Dat weet ik niet… Ik zie jullie daar zo lang al elke dag. En elke keer als ik langs jullie loop, geven jullie mij dat gevoel,'zegt de pinguin, terwijl hij de tijger onderzoekend aankijkt.

'U had mij ook kunnen laten zitten, dat had ik toch gewoon verdiend?' zegt de tijger, met een hardere toon.

'Vertel me liever wie je bent, streeploze tijger! Waar kom je vandaan, wie ben je en wat ga je doen met je leven?'

'Hoe kunt u mij dat nou vragen, meneer pinguin, als u ook wel weet wat het antwoord zal zijn! Ik kom uit een de grote stad, mijn ouders waren ook streeploze tijgers, mijn broers en zussen ook. Mijn grootouders en diens ouders ook. En mijn kinderen, als ik de ware streeploze tijgerin vindt, zullen dat ook zijn. En daarnaast zullen wij allen schoonmaker, straatveger of vuilnisman worden, zoals alle tamme streeploze tijgers als carrièremogelijkheden krijgen aangeboden.'

'Mijn beste, beter een eerlijke, tamme streeploze tijger in de stad onder onze hoede, dan een wilde tijger in de wildernis, die op het randje staat van de waanzinnigheid en de dood.'

'Ja, dat is waar,' zegt de tijger, en laat zijn hoofd hangen.

De pinguin verteld verder. 'De staat zit er niet op te wachten om wat voor soort tijgers dan ook in andere functies te zetten. Ik begrijp zeker dat dit moeilijk is voor je, je bent een intelligente tijger en wat zou het mooi zijn je talenten te kunnen gebruiken. Maar niet iedereen ziet wat ik in je zie. Zij zien een tijger, en niet een leraar, dokter of klerk. Velen zijn nu eenmaal bang voor tijgers. Voor jullie eigen bescherming en die voor anderen, herken je plek, hoe oneerlijk dit ook lijkt. Een tijger moet nu eenmaal niet teveel verantwoordelijkheid krijgen, vanwege zijn wispelturigheid. En jij bent nu eenmaal zo'n tijger, dat heb je wel bewezen.' De pinguin heeft een vlaag van medelijden in zijn stem, terwijl hij de tijger aankijkt, die midden in zijn passen is gestopt. De tijger laat zijn hoofd hangen, en begint vervaarlijk te snikken.

'Ik ben nog steeds in de cel! Waarom zie je dat niet! Waarom kan ik er niet uit?! Waarom kan niemand het wat schelen?!'

De pinguin zet zijn koffer neer en begint de tijger te aaien. 'Lieve tijger, ook ik zit in een cel. Ook ik moet doen wat er van mij verwacht wordt. Wij zitten allemaal in een cel. Ieder van ons, zit in een eigen cel gevormd door verwachtingen van anderen, beknelt in onze mogelijkheden, onzeker over onze tekortkomingen. Dit is hoe de wereld werkt. Dit is waar we het mee moeten doen.'

Eenmaal thuis aangekomen denkt de tijger na over zijn gesprek met de pinguin en het voorval dat ertoe heeft geleid. Hij voelt een vreemd gevoel zijn hoofd in lopen. Hij kan dit gevoel niet afschudden. Ik zal wel somber zijn, dacht hij. Misschien hoort dit wel bij tijgers. Vooral als ze streeploos zijn. Een wilde tijger in de wildernis, die is vast niet somber. Die hoeft niet zoveel. Die is zo gek, dat hij niet weet wat hij allemaal moet doen. Ik moet altijd zoveel. Vooral voor anderen.

De somberheid overweldigt hem nu helemaal, een drukkend gevoel dat hem niet los wil laten. Op zijn bureau staat een foto van zijn hem en zijn ouders. Hij pakt de foto op en kijkt er naar. Twee glimlachende tijgers kijken terug, de man met een blauwe jackje van spijkerstof, op zijn arm onze tijger als welpje met een petje op, die naar zijn vaders gezicht kijkt. Naast zijn vader staat zijn moeder, met een bloemetjesjurk. Ze glimlacht warm terwijl ze haar dochtertje vasthoudt. Met zijn klauw strijkt hij voorzichtig over de foto. Zijn vader en moeder waren altijd vrolijk. Hun hele leven waren ze dankbaar voor het leven in de stad. Wat was hij een sukkel geweest. De dankbaarheid die zijn ouders hem hadden meegegeven heeft hij het raam uit gegooid. Hij zet de fotolijst neer en loopt naar een spiegel. Hij kijkt zichzelf aan. 'Vanaf nu zal ik een goede tijger zijn,' zegt hij, terwijl hij zijn ogen over zichzelf heen laat gaan. En dan ziet hij het. Op zijn schouder loopt een dunne, maar toch duidelijke streep. Deze streep was er nooit eerder geweest. Versteld staat hij te kijken, terwijl hij zachtjes met zijn klauw over de streep gaat. Hij komt tot de conclusie dat het geen illusie is, dat die streep er echt zit. Hij besluit er maar een nachtje over te slapen.

Favorite : Story Author   Follow : Story Author

  .    .