Ontwenningsversschijnselen

Je bent niet hier, je bent weg. Ik voel me alleen, ik mis je stem, ik mis je gezicht, ik mis jou. En toch met elke dag dat er voorbij gaat vervaagt er een stukje van ons. Een stukje herinnering, een stukje leven. Ik kan het opschrijven, het staat met woorden in een boek, maar de beelden die erbij horen kan ik nog nauwelijks oproepen. Ik droom van je soms, maar die dromen zijn niet echt. Ze weerspiegelen hoogstens de wensen van m'n hart; dat ik je mis.

Ik voel me leeg, en met deze leegte voel ik me onrustig. Ik heb je niet om me heen. Geen reactie, geen gevoel. Met wie kan ik me vermaken, met wie kan ik nu lachen? Ik mis je, mis jij mij ook? Ik denk het niet. Ik weet het eigenlijk niet.

Volgend jaar wordt het onze laatste. En dan? Ik ben bang, ik wil je niet kwijtraken, maar het is onvermijdelijk. Ik weet dat en accepteer dat. Maar ik verlang naar een langer samen zijn. Ik verlang een droomwereld voor ons beide. Ik ben nu eenmaal een dromer.

Je bent niet hier, je bent weg. Het geeft mij de tijd om weer tot mezelf te komen. En dan, in augustus, dan begint het weer. Die achtbaan rit, we weten het beide. De zomer is voor ons een seizoen om weer tot volle rust te komen. Een oplading, een ontwenning van het gewoonlijke. En de zomer begint voor mij pas wanneer ik me zo voel. Zo leeg, omdat jij er niet bent. En daarna, daarna zie ik je weer. En dan..

Dan begint de routine. De maandagen van plagen en hautain lachen. Het haartrekken, de woordenwisselingen. Ze vullen m'n dagen. Ze maken me vol. Ze geven me leven. En jij bent de enige die het kan. Het is dat je het niet weet en dat is maar goed ook. Ik weet niet waarom je dit effect op het hebt. Maar ik neem het zoals het kom. Ik koester het, lach erom en op regenachtige dagen herleef ik sommige herinneringen.

Maar ik zit nu hier, deze woorden te tikken en het is eindelijk zomer. Omdat ik je mis.