Hoofdstuk 1: Introducties

"Ryffa! Kom snel hier!" riep een moeder zenuwachtig tegen haar dochter. Ryffa, die twee meter verwijderd was van haar moeder, keek om en zag een ongeduldige uitdrukking getekend op haar moeders gezicht. Waarom begreep ze niet, maar het leek haar maar het best om snel te gehoorzamen. Ze zette de twee nodige stappen naar haar moeder en greep haar hand vast. Haar moeder keek even op haar dochter neer. Net op tijd. Een jongen van rond de 13 jaar met felgroen haar liep haar voorbij. Met enige afschuw blikte ze vluchtig naar de verschoten schoenen en kleren van de jongen. Heel even viel haar blik op de handpalmen van de jongen. Een bliksemschits leek erin te zijn gekerft. Ze deed een stap weg van hem en gaf een zachte ruk aan de arm van haar dochter, die meteen haar commando en het voorbeeld van haar moeder volgde. Met slome passen liep de jongen door. Iedereen scheen de jongen te willen vermijden. Niemand durfde binnen een straal van twee meter rond de jongen te zijn. De jongen, met zijn handen in zijn zakken gestoken, trok zich er echter weinig van aan en liep door. Hij was dit immers gewend. Sinds zijn geboorte was hij gemeden door de gemeenschap van Wystoka. Zijn ogen waren gericht op de straatstenen. Wolken begonnen zich te vormen boven de straten van het kleine dorpje en de meeste mensen schoten snel op om op tijd binnen te komen. Wie weet ging het zometeen regenen! En wie wilde er dan nog buiten zijn? De jongen keek plotseling op, recht voor zich uit, en daarna om zich heen. Links van hem stond een juwelierszaak. "Hudiks Goud en Zilverwaren" stond er in grote letters op de voorgevel van de winkel. Een man keek nieuwsgierig veilig vanachter het glas van de winkel naar de groenharige jongen, met de stille hoop dat de jongen niet in zijn winkel hoefde te zijn. Des mans wensen werden vervuld. Nee, de jongen moest aan de andere kant van de straat zijn. Het hoofd van de jongen draaide honderdtachtig graden naar links, naar een kleine supermarkt. Hij bleef even naar de ingang kijken, alvorens erop af te lopen. Hij opende de deur en liep naar binnen. Enkele mensen keken op en toen ze zijn gezicht zagen, liepen ze snel verder. De jongen liep rechtdoor en sloeg de derde gang in, schappen bevattend met groenten, fruit en dergelijke dingen. Terwijl andere mensen vluchtig de gang uitschoten, geschrokken van het plotseling zien van de jongen, zocht de jongen naar de schap met kroppen sla. Hij had 'm snel gevonden. Hij deed één krop sla voorzichtig in een klein tasje die hij bij de ingang had gepakt. Hij verliet de gang en ging op zoek naar eieren. Hij vond ze snel en wilde de gang net verlaten toen er vanachter hem een stem zei:

"Ha, Remtald!"

Hij herkende die stem! Dat was Caroline! Hij draaide zich om; sneller dan je van hem zou verwachten.

"Ah! Caroline," zei de jongen, die Caroline "Remtald" had genoemd. Caroline stond met drie vriendinnen op de kruising van twee gangen. Ze liep op Remtald af met de altijd vrolijke uitdrukking op haar gezicht. Caroline was een transfer-student uit Tygonzo City, dat enkele kilometers verwijderd lag van Wystoka. Ze was hier nog niet lang en scheen niet bang te zijn voor Remtald.

"Hoe gaat-ie?" vroeg Caroline. Het was de albekende vraag die mensen na de groeting vaak stellen.

"Ah... uhm, het gaat wel goed, denk ik," zei Remtald, ietwat verlegen. Mensen praatten zelden met hem.

Achter Caroline zag Remtald de ietwat verschrikte gezichten van haar vriendinnen, die niet konden geloven dat Caroline zo makkelijk omging met Remtald. Caroline boog zich naar voren en keek in het kleine tasje dat Remtald vast had.

"Een krop sla en eieren," zei ze, de koopwaar opsommend. Ze boog zichzelf weer recht en vroeg nieuwsgierig:

"Ga je sla eten vandaag?"

Remtald knikte en zei zacht:

"'t Is makkelijk te maken."

"Maar heb je wel genoeg aan één krop sla?" vroeg Caroline zich af. Meteen schoot haar iets te binnen:
"Oh, wacht, da's waar. Je woont toch alleen? Sorry."

Ze maakte een kleine buiging om haar verontschuldiging kracht bij te zetten. Een lichte blos verscheen op Remtalds wangen.

"Nee, nee. Het is oké. Je hoeft geen sorry te zeggen!" zei Remtald snel.

Caroline lachte even met dichtgeknepen oogjes van plezier. Ze was het schattigste meisje van de wereld.

"Caroline!" riep één van haar vriendinnen.

Caroline draaide zich om en keek naar de drie meiden met wie ze mee was gekomen. De vriendin die haar had geroepen wenkte haar te komen. Caroline draaide zich snel weer om.

"Sorry, maar mijn vriendinnen willen opschieten. Ik zie je morgen wel weer op school, oké?"

"U-uh, ja, is goed," zei Remtald snel.

Caroline draaide zich om. Haar lange rode haren waaierden langs Remtald's gezich tot ze zich weer bij elkaar voegden achter Carolines rug.

"Doei, doei!" zei Caroline nog, terwijl ze zich snel bij haar vriendinnen voegden.

"W-weet je wel wat dat is?" vroegen haar vriendinnen ongelovig aan haar. Remtald hoorde de woorden nog net.

"Doei," zei hij nog zachtjes. Het bereikte Caroline niet meer.

"Op school, hè," dacht Remtald. Zijn gedachten gingen terug naar een week geleden.


Remtald zat als altijd achterin de klas. De twee paar tafels voor de zijne waren leeg. De gene naast hem ook. De kinderen meden hem. Die dag stond er een nieuw meisje voor de klas. Meester Gatres stond naast haar voor het schoolbord.

"HEY! Mag ik de stilte even!?" vroeg Meester Gatres streng aan de drukke klas. Het holp en de meesten werden stil. Niet dat het al te rumoerig was. Vele ogen waren al gericht op het schattige meisje dat voor de klas stond.

"Bedankt. We hebben vandaag een nieuwe leerling uit Tygonzo City. Stel je maar even voor," zei Gatres.

"Uhm... Ik ben Caroline Temanicha. Mijn vader heeft hier dichtbij werk gevonden, dus zijn we hier naartoe verhuisd," stelde Caroline zich voor.

"Goed," zei Gatres vervolgens, "je mag een plaatsje uitzoeken. Even kijken."

Gatres keek de klas rond. Remtald zuchtte, vouwde zijn armen over elkaar op de tafel en liet zijn hoofd op de ledematen zakken, nogmaals een zucht latend.

"Ah, daar is nog een plekje," zei Gatres, wijzend op een plek in de middenste rij tafels. Caroline was al onderweg, voordat Gatres de plek had aangewezen. Het bleef stil. Niemand zei wat. Remtald vond dit raar en keek op. Hij keek verbaasd toen hij Caroline de stoel voor het tafeltje naast het zijne naar achter schoof en plaats nam. De klas keek verbijsterd toe, van adem benomen, zo scheen het. Niemand zei wat. Sommige monden waren gewoon opengezakt van verbazing.

"Hallo," groette Caroline vriendelijk.

"A-ah, uh... hallo!" groette Remtald stotterend.

Caroline giechelde schattig en zette haar tas op de tafel. Meester Gatres, die ook even verbijsterd was geweest, schudde zijn hoofd weer even en voorspelde dat Caroline morgen, als ze de waarheid zou horen van haar klasgenoten, wel een andere plaats zou opzoeken. Voor Remtald was dit één van de beste dagen ooit.


Hij ontwaakte uit zijn dagdroom en keek rond door de gang. Enkele mensen waren aan 't wachten tot hij de gang verliet. Remtald deed dat dan ook maar snel, deed zijn verdere boodschappen, rekende af bij een strenge cassière die hem bijna zijn wisselgeld niet had teruggegeven en verliet de winkel, nagestaard door de mensen die hem ervan de schuld gaven dat zij nu langer over hun boodschappen moesten doen. Met even slome passen als hij naar de winkel was gelopen, liep hij nu weer terug naar huis. Z'n huis lag buiten het dorp, zonder buren, zodat hij de rest van het dorp niet kon "lastig vallen". Sla klaarmaken was niet moeilijk en een half uur nadat hij zijn kleine huisje, dat tussen twee groene heuvels lag, had bereikt, zat hij voor een groot bord sla met stukjes ei, augurk, tomaat, appel en ananas, terwijl het buiten stortte van de regen. Het regende in deze regio niet vaak, maar als het regende kwam het met bakken uit de lucht vallen. De lucht was donker en de zon was nergens te bekennen. Hij wilde net zijn eerste hap nemen, knorrend van de honger, toen er plotseling op de deur werd geklopt. Voor een moment dacht hij dat het weer kinderen waren die, uitgedaagd door hun vrienden, naar zijn deur liepen en aanklopten, alvorens hard weg te rennen. Die gedachte verwierp hij meteen. Geen wijze ouder zou zijn kind in dit weer naar buiten laten gaan. Maar... dat betekende dat iemand nu in deze zware regen stond te wachten tot hij de deur opendeed! Hij schoof zichzelf achteruit op zijn stoel en stond op om dan meteen naar de deur te rennen. Hij gooide de deur open en zag een bekend persoon voor hem staan... Caroline... drijfnat.

"C-Caroline!" riep hij in verbazing.

"Snel!" riep Caroline," laat me erin en doe de deur dicht!"

Remtald knikte, deed een stap opzij, zodat Caroline naar binnen kon stappen, en deed de deur vlug dicht. Water droop op de tegelvloer, van Caroline's lichaam en kleren af. Ze was werkelijk doorweekt.

"W-wat... wat doe je hier?" vroeg Remtald ontsteld.

"Dat leg ik zo uit. Zou ik een broek en t-shirt van je mogen lenen?" vroeg Caroline aan de verbaasde Remtald.

"M-mijn kleren?"

"Ja, of had je hier soms toevallig ook vrouwenkleren liggen?" vroeg ze op sarcastische toon.

Remtald moest toegeven dat Caroline daarin geheel gelijk had en zei:

"Ik... ik ben zo terug!"

Het duurde minder dan een minuut. Caroline keek tevreden naar een goede spijkerbroek en een t-shirt waarvan niet bepaald af was te lezen of het voor een meisje of jongen was. Verder waren er sokken bij. Caroline ontlastte Remtald van de voorwerpen en vroeg:

"Waar is de badkamer?"

"Laatste deur in de gang," informeerde Remtald haar.

"Bedankt," zei Caroline nog voordat ze de gang in tippelde en de badkamer inging, een spoor van plassen water achterlatend. Remtald bleef even naar de badkamerdeur staren. Een plezierige glimlach gleed over zijn mond en hij liep de keuken in, even later terugkomend met een handdoek waarmee hij de vloer afdeed. Hij gooide het ding naast de badkamerdeur neer en ging de kleine woonkamer binnen. Hij staarde naar buiten. Net zoals sneeuw kon regen mensen soms geheel in beslag nemen, bijna hypnotiseren. Sommige mensen konden minuten lang naar regen staren zonder zich werkelijk te vervelen. De woonkamerdeur was nog open en Remtald schrok ervan toen Carolines stem vlak achter hem zei:

"Bedankt, nogmaals."

Remtald draaide zich verschrikt om.

"Oh, sorry, liet ik je schrikken?" zei Caroline beschaamd.

Remtald schudde hevig zijn hoofd, liegend.

"Oh, goed. Ik ben blij dat je me wat kleren kon lenen."

"Geen probleem," zei Remtald, "wil je wat sla?"

Caroline zag de kom met sla en het volle bord met hetzelfde voor een naar achter geschoven stoel staan.

"Nou... als je het niet erg vindt," zei Caroline blij. Ze had nog niet gegeten. Caroline nam plaats aan de tafel en viel aan. Na haar derde hap keek ze op en zag Remtald nog steeds naar haar kijken.

"Waarom ga je niet zitten?" vroeg ze, erop duidend dat ze het gezelliger vond als Remtald ook ergens plaats nam.

Remtald krabde zich even achter zijn oren en zei toen ietwat beschaamd en met een lichte blos op zijn wangen:
"Dat... is de enige stoel."

Caroline was verbaasd dat te horen.

"De... enige stoel?" zei ze, rondkijkend. Het was waar. De enige zitmeubels waren de stoel waar ze op zat en een bank aan de andere kant van de kamer, in de woonkamer. Het lijkt me handig te vermelden dat de eetkamer en de woonkamer direct waren verbonden met elkaar en er dus geen muur en deur tussen was geplaatst.

"Oh, maar wil jij hier dan niet zitten?" vroeg Caroline meteen en ze stond al half op van haar plaats.

"Oh, nee, hoor" antwoordde Remtald vlug," dat hoeft niet."

"Oh... oké," zei ze, terwijl ze zich weer op de stoel liet zakken. Ze keek naar het bord met sla, schoof het iets naar opzij en plaatste haar ellebogen op de plek waar het bord zojuist had gestaan.

"Ik denk," begon ze, "dat je je wel afvraagt waarom ik in die regen voor je deur stond."

Remtald knikte nieuwsgierig. Hij had er niet naar durven vragen.

"Ten eerste wil ik je iets laten zien," zei ze. Ze liet Remtald de palmen van haar handen zien. Wat Remtald zag, schokte hem. Er was duidelijk een teken in beide palmen gekerft: een vierkant, dat zelf in vier kleinere vakjes was verdeeld.

"Jij... ben je ook een Bender?" vroeg Remtald ontsteld.

Remtald vroeg zich onmiddellijk af waarom hij het nooit eerder had gemerkt... of iemand anders. Alsof Caroline zijn gedachten kon lezen, gaf ze meteen het antwoord op Remtalds verwondering.

"Ik ben een Color-Bender, zoals je kan zien, iemand die de kleur van voorwerpen en levende dingen kan manipuleren en veranderen. Ik heb de kleur van dit teken zo verkleurt dat het niet te onderscheiden was van mijn gewone huid."

Het was even stil. Remtald had geen idee wat hij moest zeggen. Dat hoefde ook niet, want Caroline ging snel weer door.

"Ook moet ik je vertellen dat Caroline niet mijn echte naam is."

Remtald trok een verbaasd gezicht. Caroline ging gewoon door.

"Mijn echte naam is Hea Yobun. Ik ben lid van een organisatie genaamd "Rapal". Heb je daar al eens van gehoord?"

Remtald was verbijsterd. Ja, hij had zeker van Rapal gehoord. Rapal was een wereldwijde organisatie, over het algemeen beschouwd als terroristisch. Weinig was er over bekend en ook hun doelen waren niet helemaal bekend. Duidelijk is wel dat ze, vaak met geweld, optreden tegen de vele strenge regimes in de wereld. Velen in de groep zouden benders zijn en dat is ook één der vele redenen waarom de meeste benders niet erg geliefd zijn bij de mensen. Oh, wacht, ik meen dat ik even wat moet uitleggen. Ik heb nu al enkele malen de term "bender" gebruikt, maar niet uitgelegd wat het eigenlijk betekent. Wel, om precies te zijn is een bender iemand die, door speciale krachten, bovennatuurlijke acties kunnen verrichten in de vorm van het controleren, manipuleren en creeëren van bijvoorbeeld aarde, water, vuur of wind. In totaal zijn er twintig verschillende soorten benders. Je kan geen bender wórden. Je wordt als bender geboren en niemand weet waarom de een als bender en de ander als gewoon mens wordt geboren. En zoals Remtald had gezien, was Hea, alias Caroline, dus ook een bender.

"Ja!" zei Remtald. Dat woord klonk harder dan hij het had willen laten klinken. Hij pauzeerde even zei toen:
"Dus... je bent een terrorist?"

Hea zat even perplex van die vraag en zei toen lichtelijk geïrriteerd:

"We geven de voorkeur aan de term "verzetsstrijders"."

"Oh... sorry," zei Remtald, met zijn voeten schuifelend.

"Maakt niet uit. Rapal heeft die reputatie."

Dat liet Remtald nog beschaamder voelen. Benders werden over het algemeen ook gediscrimineerd, zonder dat de meesten echt wisten wie de mensen zijn die die krachten dragen. Hij wist dat vooroordelen mensen soms hard kunnen raken.

"Sorry," verontschuldigde Remtald zich nogmaals en hij sloeg zijn ogen neer, naar de tegelvloer.

Hea liet een lachje horen. Remtald keek op en zag Hea's albekende lach op haar gezicht getekend.

"Je bent te verlegen! Je moet je niet zo verontschuldigen elke keer," stelde Hea voor.

"Ah... sorry," zei Remtald en realizeerde zijn fout datzelfde moment nog. Hea schoot nu erg in de lach. Tien seconden later was ze uitgelachen en zei:
"Maar eh... verder gaande waar ik gebleven was. Ik ben dus een lid van Rapal. Wij opereren, zoals je waarschijnlijk al zou verwachten, in Magalia, het land waar wij in wonen, en de grensgebieden van naburige landen. Nu hadden wij onlangs een nieuwe actie op gang gezet en wilde die bijna tot uitvoer brengen toen plotseling één van de belangrijkste mannen voor de missie zijn been brak en een maand lang op bed moet blijven liggen. Die man was een Electricity-Bender."

Er ging Remtald plots een licht op en realizeerde zich waarom Hea hier waarschijnlijk was. Hea bevestigde zijn vermoedens met de volgende zin:

"Ik denk dat je wel kan raden wat er aan gaat komen: we zouden graag je hulp gebruiken in de aankomende missie!"

En al had Remtald het al enkele minuten geleden vaag aan zien komen, toch kwam dit voorstel als een klap. Wat moest hij hierop antwoorden!? Hij had nog steeds niet besloten wat hierop te antwoorden toen er plotseling weer op de deur werd geklopt. Remtald, maar vooral Hea, schrok erg op.

"Dus toch!" zei Hea verschrikt.

Remtald blikte naar de ramen en de regen erachter. Het viel nog steeds met liters tegelijk uit de lucht.

"Ik zal wel open doen," zei Remtald, aanstalten makend de gang in te lopen om de voordeur te openen.

"Nee, wacht! Ik was al bang dat de MGD, de Magaliaanse Geheime Dienst, er achter was gekomen dat ik hier was. Niemand anders zou in deze regen hiernaartoe komen! "

"Behalve jij," zei Remtald daarop.

"Ja, behalve ik," zei Hea ongeduldig in een vlug antwoord, "Je moet je er van bewust zijn dat dit geen gewoon bezoek is. Zeg niks over mij!"

Ze merkte vervolgens nog zacht op:
"Dat ze me zo snel vonden... De MGD is niet te onderschatten."

Ze zei het voornamelijk tegen zichzelf, maar Remtald knoopte het ook meteen in zijn oren. Er werd nog eens ongeduldig geklopt op het grenenhout van de deur.

"Zou ik niet eens open doen?" vroeg Remtald.

"Is goed," zei Hea. Ze sloeg nu haar handen plat tegen elkaar. De pupillen in haar ogen veranderden in hetzelfde teken dat op haar handen stond en ze riep:
"Glass!"

Het volgende moment was Hea nergens meer te bekennen.

"Doe maar open en laat de deur op een kiertje staan, zodat ik er stilletjes uit kan. We spreken morgen nog wel," hoorde Remtald haar zeggen. Ze was nergens te zien. Nogmaals werd er hard geklopt en er werd nu ook een "Hallo!" geroepen. Remtald rende nu de gang in en stormde zo hard naar de deur dat hij er bijna tegen aan botste. Hij deed de deur open en keek tegen een lange man aan in een lange zwarte jas gekleed. Hij had een gegleufde, zwarte hoed op met de afdruk van een hondenpoot in ijzer op de voorkant van de hoed gezet. Diezelfde afdruk stond ook in zijn handen gegraveerd.

"Een Animal-Bender!" schoot het door Remtalds hoofd. De man verder opnemend zag hij dat de man scherpe ogen had, met een strakke huid rond de zichtsorganen. Zijn neus was gespitst. Het eerste wat de man deed, was snuiven, een actie die Remtald maar raar vond.

"Sorry," zei de man, "mijn naam is Deon Rextroat. Ik was aan 't wandelen toen het opeens ging storten. Zou ik even binnen mogen komen?"

"Eh... oké."

De man keek rond, vond de kapstok en hing zijn jas op. Het viel Remtald op dat de tekens op zijn eigen handen waren verdwenen. Betekende dat, dat Hea dezelfde techniek nu toepaste op Remtalds handen, die ze de hele vorige week op haar eigen handen had toegepast? Hij keek weer naar de man. Die droeg een net, blauw-rood geblokt blouseje en een nette, lichte spijkerbroek. Het viel Remtald nu pas op dat de man twee gouden oorringetjes in zijn linkeroor had. De man keek de lange gang in, die zich uitstrekte van de voordeur tot bijna aan de andere kant van het huis. Hij snoof opnieuw en scheen iets te ruiken. Hij snoof nog enkele malen en richtte zich toen op Remtald.

"Woon je hier alleen, jongeman?" vroeg hij, nogmaals snuivend.

Voor Remtald was dit een zeer normale vraag en terwijl hij zich omdraaide om de kamer in te lopen antwoordde hij:

"Ja, meneer."

"Dus je bent de enigste hier op het moment?" vroeg de man, die zich Deon noemde.

"Eh, ja, meneer," loog Remtald.

Hij hoorde vervolgens achter zich hoe Deon zijn twee handen tegen elkaar sloeg en riep:
"Transformation: Dog!"

Remtald blikte achterom, maar werd omver getackled door Deon, die er nu uitzag als een half mens, half hond. Remtald lag op zijn rug. Zijn twee handen werden tegen de grond gehouden door de krachtige, pootachtige handen van Deon. Zijn benen kon hij ook niet gebruiken, want daar zat Deon zelf op.

"Ik ruik toch duidelijk de geuren van twee mensen hier!" riep Deon in Remtald's gezicht.

"Daarom snoof die man steeds!" dacht Remtald meteen.

"Je hebt haar hoogstwaarschijnlijk verstopt! Waar houdt ze zich schuil. Als je me niet snel antwoordt, breek ik één van je armen!"

Toen vond Hea het welletjes. Nog steeds onzichtbaar, greep ze een lamp en sloeg de man op het achterhoofd met de roestvrijstalen, lange lampenstandaard. Hea had natuurlijk stilletjes de deur uit kunnen slippen, maar ze kon Remtald natuurlijk niet aan zijn lot overlaten. De man voelde een enorme klap op zijn kop, verloor even al de kracht in zijn lichaam en viel plat over Remtald heen. Remtald gooide het lichaam van de versufte Deon van zich af en rolde naar opzij. Deon was echter nog niet buiten gevecht gesteld. Een normaal mens zou meteen buiten bewustzijn zijn gegaan, maar Deon, net zoals de meeste andere benders, hadden een sterk en getraind lichaam; een lichaam dat fysiek niet lang zo erg gelimiteerd was dan een gewoon mens. Terwijl Hea met de lampenstandaard nogmaals op Deon wilde inslaan, duwde Deon zich van de grond af, buiten bereik van zijn vrouwelijke tegenstander. Hea miste en de gehele lamp schoot uit haar vingers door de kracht die ze achter haar slag gaf. Ongelukkigerwijze kwam Hea met haar rug naar Deon te staan, doordat ze, net zoals de lamp zelf, door de kracht achter de slag, meedraaide. Deon zag de onzichtbare Hea dan wel niet, maar hij wist precies waar ze was door zijn reuk. Hij sprong op en deed een graai met zijn grote poot in de richting van waar hij meende dat Hea was. RAAK! En niet een klein beetje ook. De krachtige poot raakte Hea rechts van haar borstkas en ze werd door de kamer geslingerd, richting de tafel. Het voelde alsof er een vrachtwagen met een gangetje van tachtig kilometer per uur tegen haar aan was gereden. De tafel kraakte toen ze er, nu geheel zichtbaar, met een klap op belandde. De kom en het bord met sla schoven, samen met een rondtollende Hea, gedrieeën van de tafel af. Hea schoot nog even door, waar de kom en het bord op de tegelvloer aan duizend stukken vielen. Ze kwam een seconde later abrupt tot stilstand toen ze met een harde, grote klap tegen het eetkamerraam botste. Vervolgens viel ze ook op de tegelvloer, tussen de blaadjes sla, tomaten, eieren en scherpe stukjes aardewerk.
Deon veranderde weer van zijn half-hond/half-mens vorm terug naar het lichaam van een gewoon mens.

"We zitten je al een tijdje op de hielen," zei de man sluw, "Hea Yobun. Codenaam "Italy". Je bent een gezocht dametje, Hea. Ik had alleen niet gedacht dat je zo jong zou zijn."

Hij stond stil bij het lichaam van Hea en keek op haar neer.

"Wat... wat gaat u met haar doen?" vroeg Remtald, niet wetend wat nu zo snel te doen of te zeggen, behalve te vragen wat het meest voor de hand liggende antwoord had. Deon lachte even, terwijl hij zich omdraaide.

"Wat dacht je? Ik neem haar mee. En jij gaat ook mee. Ik heb jouw ook niet gezien, maar sinds je haar verborg, neem ik aan dat je ook een connectie hebt met Rapal."

Deon draaide zich weer terug om naar Hea en bukte om haar tussen de sla en scherven op te rapen. Dat was het moment waarop Remtald in actie kwam. Hij was niet van plan mee te reizen met deze man als gevangene. En hij had het er evenmin op dat zijn vriendin door deze man werd meegenomen. Even schoot het door zijn hoofd:

"Waarom wil je haar helpen? Ze is een terrorist!"

Hij drukte die gedachte dwangmatig weg en klapte zijn twee handpalmen plat tegen elkaar aan, terwijl hij uitriep:
"1000-Volt Whip!"

Dat geluid van tegen elkaar klappende handen... die spreuk! Deon realizeerde meteen in welke problemen hij plotseling zat. Hij draaide zich om en zag Remtald twee meter van zich af staan. Zijn handpalmen toonden allebei een bliksemschicht en de pupillen in zijn ogen waren ook veranderd in een bliksemschicht. Remtald had een zweep, geheel van elektriciteit, in zijn handen: het handvat in zijn linkerhand en met zijn rechter hield hij de zweep ergens in het midden vast, het stuk zweep tussen zijn twee handen strak houdend. De andere helft van de zweep hing naar beneden, ietwat heen en weer bungelend. Het geluid van knetterende elektriciteit hing in de lucht.

"Jij... was jij een bender!?" riep hij uit, zich afvragend waarom hij het niet eerder had gemerkt.

"Hea had de tekens op mijn handen zo verkleurd dat ze niet onderscheiden was met mijn echte huid," legde Remtald uit.

"Dat kreng was dus voorbereid voor deze situatie," concludeerde Deon, "Heh... maar je hebt je kans verpest. Als je me meteen had aangevallen, had je de verrassing aan je kant gehad. Daar is nu geen sprake meer van."

Remtald vertrok geen spier en zei op des mans woorden:
"Ik heb verrassing niet nodig tegen iemand als jij," zei Remtald, zeker van zijn zaak. Zijn hele houding was compleet veranderd.

"Zelfverzekerde vlegel dat je bent! We zullen nog wel zien wie hier de beste is!" zei Deon, terwijl hij zijn twee handpalmen tegen elkaar drukte en riep:
"Transformation: Dog!"

Net zoals eerst veranderde hij weer in een weerwolf-achtig beest. Hij liet er geen gras over groeien en sprong meteen op Remtald af. Met maar twee meter tussen hem en Remtald hoefde hij geen tussenpassen te doen om Remtald te bereiken. Remtald bereiken was echter iets moeilijker dan op hem afspringen. Remtald sloeg de zweep recht op de op hem aanvliegende Deon af. Deon kon die zweep natuurlijk niet ontwijken. Hij zweefde door de lucht. Zodra de zweep en Deon contact maakten, werd de laatstgenoemde zwaar geëlektrocuteerd. Remtald deed een stap naar opzij en Deon vloog vlak langs hem heen naar de grond, in een mooi boogje. Deon was nog niet klaar en sprong meteen weer op en dook ongeduldig Remtald's richting weer op. Remtald was hierop al bedacht en had het zien aankomen. Hij sloeg de zweep achter zijn rug langs en ving Deon alweer. Dit keer werd Deon zowaar uit zijn koers geslagen door de pijnlijke slag van Remtald's elektrische zweep. Hij klapte tegen de wand aan. Remtald keek naar wat Deon nu ging doen. Remtald had zijn eigen plek bijna niet verlaten. Deon zag nu in dat wild op Remtald afspringen geen goed idee was. Een beetje laat om daar achter te komen, maar beter laat dan nooit, dacht hij maar. Hij probeerde al zijn ledematen weer onder controle te krijgen, wat niet helemaal lukte. Één van zijn vingers weigerde dienst te doen nadat er twee keer achter elkaar elektriciteit door was geleid. Ook zijn linkerbeen wilde even niet meewerken. Hij keek naar Remtald. Die had zijn elektrische zweep weggedaan. Remtald vanuit zijn ooghoeken naar opzij, naar de plek waar Hea lag... of eerder, de plek waar Hea zou moeten liggen. Ze was er niet meer. Remtald toonde een sluwe glimlach.

"Het is jammer, maar het eindigt nu," voorspelde Remtald.

Deon zag er even uit of hij vreselijk moest lachen en zei toen:
"Je weet me twee keer te pakken en je denkt meteen dat je hebt gewonnen. De jeugd van tegenwoordig..."

Hij maakte zijn zin niet af. Hij voelde plotseling een vuist op zijn adamsappel slaan dat hij er paars van werd op zijn voorhoofd. Hij kreeg geen lucht en voelde zich zwak worden.

"Shock Ball!" riep Remtald, terwijl hij op Deon afstormde met een grote bal met vonkende elektriciteit. Deon probeerde het nog te ontwijken, maar door zijn verzwakte staat was hij te laat om nog uit de weg te springen. Remtald duwde de bal met elektriciteit in Deon's buik en een hoog gehalte stroom raasde door Deon's lichaam. De vele schokken waren te veel voor hem en hij kwam op het punt dat zijn lichaam het niet langer kon verdragen. Het werd langzaam zwart voor zijn ogen en hij verloor het bewustzijn. Zodra Remtald zag dat Deon niet meer bij bewustzijn was, stopte hij de elektrische bal. Deon's lichaam zakte als een baal zand naar de grond. Hea verscheen uit het niets vlak naast Remtald.

"Dat hebben we toch mooi even voor elkaar gekregen."

"Ja... je hulp kwam van te pas," meende Remtald.

"Ik kwam gelukkig weer heel snel bij," zei Hea, terwijl ze tegen de muur op de grond ging zitten. Ze wreef over haar achterhoofd, waar nu een grote bult was gaan groeien onder haar schedeldak, van de harde klap die ze had gemaakt.

"Dat wordt gezellig twee weken lang hoofdpijn," zei ze, met een stem vol weerzin. Ze zuchtte en keek Remtald aan, die er maar ongemakkelijk bij stond.

"Wat doen we met die man?" vroeg Remtald.

"Die binden we vast en laten we hier," zei Hea.

"WAT!" riep Remtald verschrikt, "bij mij thuis?"

"Morgen vertrekken we..." verhelderde Hea.

Dat kalmeerde Remtald echter niet. In tegendeel.

"We? Maar ik weet helemaal of ik niet mee wil?"

Hea raakte ietwat geïrriteerd.

"Wat wil je dan? Als je hier blijft wordt je achternagezeten door de regering voor het helpen van een terrorist... Als ik jou was, had ik mijn huis deze nacht nog verlaten. Ik bied je bescherming en een nieuw huis."

Remtald moest toegeven. Alweer had Hea gelijk. Hij zuchtte. Hij had weinig keus.

"Als eerst moeten we die gozer daar binden," zei Hea, terwijl ze even naar Deon blikte. Die lag nog steeds rustig op de grond, bewusteloos. Ze stond op, liep naar de gordijnen, haalde een mes tevoorschijn en begon tot grote ontsteltenis van Remtald in de gordijnen te snijden.

"W-WAT DOE JE NOU!?" vroeg hij geschokt, op Hea aflopend.

"Ik ben materiaal aan het regelen om die man daar vast te binden. Wat dacht je dan? Dat ik figuren aan het snijden was in de gordijnen?"

"Nee, natuurlijk niet?! Maar dat zijn gordijnen! Mijn gordijnen!" zei Remtald verontwaardigd.

"Je bent hier toch niet lang meer? Wat maakt het nou uit?"

Daar had Hea, alweer, gelijk in en mompelend droop Remtald af, nog steeds er niet mee eens dat Hea zijn gordijnen aan het verknoeien was. Een kwartier later lag de man secuur gebonden op de tegelvloer, met een dot gordijnenstof in zijn mond, om er voor te zorgen dat hij niet ging schreeuwen. Niet dat dat veel zou helpen, want mensen meden dit huis over het algemeen. Terwijl Remtald zijn meest hoognodige spullen ging pakken voor onderweg, kwam Deon weer bij en begon meteen hevig te "mmm-mmm'en", zoals ik dat maar even noem. Hea, die op de stoel zat te staren naar de nog steeds neervallende regen, draaide zich om en keek geamuseerd naar de nu kronkelende massa mensenvlees.

"MMM! Mmm-mmmmmm-mmm-mmmm-mmmmmmm!"

Een lach verscheen op Hea's gezicht.

"Het is moeilijk praten, is het niet? Wil je wat tegen me zeggen?"

"Mmm-mmm!" mmm'de de man, terwijl hij hevig knikte.

"'k Weet niet, hoor," zei Hea plagerig, "'k vraag me af of 't het wel waard is."

Deon keek even vuil naar Hea, waarvan Hea in de lach schoot.

"Och, het kan eigenlijk geen kwaad," zei ze, opstaande van haar stoel. Ze liep naar Deon, bukte zich en haalde de prop, gordijnkatoen uit des mans mond. Het eerste wat de man deed was diep ademhalen."

"Nou, wat is het dat je me zo broodnodig moet vertellen?"

"Dat ik een verstopte neus heb!" riep de man snel. Hea keek even naar de man of hij gek was geworden en schoot toen in de lach. Toen ze uitgelachen was, zei ze:

"Oh, dus meneer heeft een verstopte neus. Heeft meneer een zakdoekje nodig om zijn neus te snuiten?"

Remtald, die, terwijl hij de woonkamer binnenliep, de laatste paar zinnen had gehoord van het gesprek, zei:
"Als hij een prop in zijn mond en een verstopte neus heeft, kan hij niet ademen."

Hea hield meteen op met lachen, toen ze dat Remtald hoorde zeggen. Ze was even stil en zei toen op beschaamde toen:

"Dat had ik zelf kunnen verzinnen!"

Ze keek naar Deon, die haar, bijna met een triomfant gezicht, aankeek.

"Dus je wilt dat ik die prop uit je mond laat, bedoelde je?"

"Daar komt het op neer," zei Deon.

"Ah, joh, laat die gozer nou zijn zin hebben. Iedereen haat mij. Geen ziel komt hier. Het aantal personen dat op dit moment tegelijkertijd in mijn huis zijn, is recordbrekend."

"Ik zie dat je een eenzaam leven hebt geleid. Maak je geen zorgen. Iedereen in Rapal is hetzelfde als jij! En het is een heel aardige, gekke boel... Je vindt er zeker te weten je weg wel!"

Remtald bromde even wat, wat van alles kon betekenen en ging weer naar boven om even wat te pakken.

"Dus je bent aan het rekruteren?" vroeg Deon.

Hea keek even naar Deon. Deon wilde zoveel mogelijk te weten komen, dat wist ze wel. En dat was hij ook nu aan het proberen. Hea glimlachte.

"Da's waar," zei ze, terwijl ze naar de gang waar Remtald in was verdwenen, "helemaal goed geraden."

"Hebben jullie al een idee voor een codenaam?" vroeg Deon vervolgens. Hea vond deze vraag echter net iets te bond. Codenamen zijn er om iemands echte identiteit juist te verbergen.

"Dat is iets dat ik jou liever niet vertel," zei ze, terwijl ze de prop pakte. De ogen van Deon verwijdden in schrik en hij gilde nog:
"Nee, wa..."

En toen zat de prop weer in zijn mond.

"Ik geloof geen moment dat je een verstopte neus hebt. En anders heb je gewoon pech."

Remtald kwam met een kleine rugzak de woonkamer binnenzuilen. De rugzak onderging meteen een inspectie van Hea. Hea besliste dat er precies genoeg in zat, prees Remtald hierom even, wat Remtald's wangen een blos bezorgde, liep naar de gang en gooide de deur open en... haar humeur ging meteen met twintig procent omlaag. Het regende nog steeds verschrikkelijk hard. Hea had geen jas aan. Ze draaide zich om, terwijl ze Remtald een jas aan zag trekken.

"Zou je de vrouw hier niet een jas schenken voor er zelf één aan te trekken?" vroeg Hea, de jas opeisend.

"Vrouw?" vroeg Remtald, niet begrijpend wie ze met "vrouw" bedoelde, "waar?"

Dat was een verkeerde zet. Hea werd boos, gaf Remtald een stomp op zijn hoofd dat de jongen tegen de tegelvloer werd gesmakt en rukte de jas uit Remtald's vingers.

"Bedankt," zei ze verwaand, zich omdraaiend.

Het was Remtald duidelijk geworden, dat Caroline zich heel anders gedroeg als Hea. En onwijs als hij was, peperde hij dat er bij Hea nog even in.

"Ik vond Caroline aardiger," zei hij, onschuldig, geen idee hebbend van wat Hea eigenlijk vond van die opmerking. Hea knarste even met haar tanden, terwijl ze rood aanliep. Ze ging echter niet over op handgemeen en stapte geïrriteerd de deur uit, gevolgd door Remtald, die de deur achter zich sloot, het op slot draaiend. Hea meende dat dat niet nodig was, sinds Remtald toch niet meer terug zou komen, maar Remtald stond erop. Hea zuchtte, gaf de jongen zijn zin en een moment later liepen ze samen, zij aan zij, door de koude, neerstromende, ongenadige regen, Hea met en Remtald zonder jas.


En dat, mensen, is het eerste hoofdstuk... Ik betwijfel of er ooit iemand dit gaat lezen, maar aan de mensen die dat wel doen, ik hoop dat je het leuk vond. Reviews zijn altijd leuk ^^...