De avondzon kleurde de hemel rood. Het licht kwam door een groot open raam de kamer in waar twee broers naast elkaar op een groot bed naar het plafond lagen te staren. De jongere van de twee draaide zijn hoofd opzij en keek de oudste aan.

'Andros, vertel me waarom je niet naar vader wilt gaan.' Terwijl hij dit zei, hoorde Thomas zijn broer zuchten, zoals hij wel vaker deed als een gesprek hem niet aanstond.

'Waarom zou ik wel willen gaan? Ik heb er weinig te zoeken', antwoordde Andros. Thomas draaide zijn hoofd en keek naar de koffer naast het bed. Hij stond open en was helemaal leeg. De zilveren kast aan de andere kant van de kamer was helemaal gesloten, de marmeren vloer was zo schoon als altijd, het eten op het dienblad op de salontafel was onaangeraakt. Thomas vermoedde dat zijn broer sinds het diner, toen de bode vertelde dat hun vader hen de volgende ochtend wilde ontvangen, niets heeft gedaan behalve voor zich uit te staren.

'Je hebt er alles te zoeken, je toekomst ligt daar.' Andros liet een hardere zucht door de lucht klinken.

'Waar ben je bang voor?' vroeg Thomas. Andros sloeg driftig met zijn vuist naast hem op de deken.

'Ik ben niet bang. Ik heb er gewoon niks te zoeken. Hij is geen vader voor ons, het zijn alleen maar formaliteiten, zoals de vorige keer. Ik vind het prima om hem te zien tijdens de Grote Reis, maar wat heb ik daarvoor nog bij hem te zoeken?'

'Als je niet met vader wilt praten, is er alsnog genoeg te doen. Je kunt me niet alleen maar met moeder laten gaan. Je weet hoe ze is,' drong Thomas verder aan. 'En als het even te moeilijk is, kun je jezelf altijd even verliezen bij een van de dienstmeisjes.' Dit laatste klonk als een duidelijk verwijt en het gezicht van zijn broer vertrok, terwijl hij met zijn hand in de deken klauwde. Thomas had meteen spijt van zijn opmerking.

'Dus je weet ervan?' vroeg Andros, nog steeds de deken in zijn hand geklemd. Thomas knikte.

'Voor mij hou je niet veel verborgen. Vooral niet als het over haar gaat,' dit laatste zei hij op een zachte toon.

'Is zij naar je toegekomen?' vroeg Andros, ook zijn toon werd zachter. Hij liet de deken los. Andros vermoedde dat zijn jonge broer gevoelens voor haar had gehad, misschien al toen ze nog erg jong waren en zij altijd met zijn tweeën verstoppertje speelden in de keuken. Misschien was het een blijvende vriendschap geweest, een band die hij met dit meisje nooit zou kunnen ervaren.

'het deed mij pijn haar zo te zien, waarom heb je dit gedaan, mijn broer?' vroeg Thomas.

'Misschien doet het je nog veel meer pijn als ik je het hele verhaal vertel.' Andros zuchtte nogmaals.

'Dat is een risico dat je moet nemen,' antwoordde zijn broer.

'Een half jaar geleden, na het staatsbezoek van onze vader aan Dumalis, had hij gevraagd mij bij hem te komen. Hij verbleef in villa Oosthoeve, waar we ook waren geweest toen wij jonger waren. Jij was op dat ogenblik in Centraal, waar je jouw eindexamen aflegde. Vader wilde weten of ik de volgende keer mee zou gaan, al leek dit meer een opdracht dan een vraag. Hij vond dat ik meer ervaring moest opdoen. Ik was de discussie zat en we verbleven de rest van de avond in stilte. We zaten in de kleine eetzaal, waar de open haard met een knisperend geluid een warme gloed over de kamer verspreidde. Mijn vader zat gebogen over een document. Karona liep daar in een witte jurk, haar zwarte haren losjes opgestoken in een knotje en in haar linkerhand had ze een grote kruik met water vast. Ze schonk het water voor hem in, bijna geluidloos, en vol gratie. Hij keek niet op. Daarna liep ze naar mij toe, knikte naar me en schonk het water in mijn glas. Mijn blik viel op haar slanke zachte handen, haar licht getinte armen, haar boezem van zacht kant, haar slanke hals waar haar ademhaling stokte toen mijn hand die van haar raakte, bij het pakken van het glas. De terneergeslagen ogen konden niet de blosjes op haar jukbeenderen omhullen. Ik wilde haar vanaf dat moment, ondanks dat ik wist dat het niet mogelijk was. Die avond nog, in het schemerlicht, gehuld in een rode cape, liep ze door de tuin. Ik zat op een bankje, kijkend naar de ondergane zon. Ze schrok toen ze me zag, boog door haar knieën en bood haar excuses aan en wilde weg lopen om mij alleen te laten.

'blijf, Karona', zei ik tegen haar. Ze keek me vragend aan. Ik gebaarde haar om naast me te komen zitten. Ze deed dit met enige schroom en ging op de rand van het bankje zitten.

'Het spijt me,' zei ik. Haar blik veranderde niet. 'Het spijt me van vroeger. Het spijt me van veel.. veel dingen.'

'Veel?' ze drukte haar hand op haar buik, keek me fronsend aan, maar gauw liet ze haar blik weer naar beneden vallen. 'Wat bedoelt u?'

'Ik behandelde je niet zoals ik mijn vaders dienstmeid had mogen behandelen. Ondanks je afkomst leef je in een fatsoenlijk huis en heb je een fatsoenlijke baan. Ik had meer respect moeten tonen dan dat.'

'Respect,' herhaalde ze.

'Ik was jong en jij was de eerste die ik ooit had gezien met een kleur, ik noemde je namen, ik verklikte je spel met Thomas in de keukens, ik trok aan je haren en liet je huilen. Ik was een erg verwend en vervelend joch. Kun je het me vergeven?'

'We waren jong,'zei ze. 'Tien misschien, heer Thomas acht? Het was kinderspel, het geeft niet, ik vergeef het u.'

'Dat is mooi. Kijk me aan,' zei ik. Ze sloeg haar blik naar me op en ademde snel. 'Reis je altijd mee met mijn vader?' vroeg ik. Ze knikte. 'Hij is duidelijk op je gesteld. Wat doe je allemaal voor hem?'

'Wat bedoelt u?' vroeg ze, haar ogen werden wijder. 'Ik doe alles wat andere dienstmeiden ook doen, serveren, een beetje schoonmaken, wat kleine klusjes doen. Ik zet veel thee. In de avonduren speel ik soms harp om uw vader te vermaken.'

'Harp? Mooi, misschien kun je een keer voor mij spelen?'

'ja meneer,' ze sloeg haar ogen weer neer.

'Kijk me aan, Karona,' gebood ik haar. Ze keek me weer aan, er was een vlaag van boosheid te zien op haar gezicht. Ik glimlachte.

'Je was een wees toch?' vroeg ik. Ze knikte. Ze zag aan mijn uitdrukking dat ze meer moest vertellen. 'Ik ben opgegroeid in een weeshuis in het district 18. Over mijn ouders weet ik niets. Uw vader kocht mij en twee andere meisjes op toen ik twaalf was en ik kregen een opleiding tot dienstmeid. Al had ik al eerdere zomers gewerkt, vanaf mijn achtste, als u zich dat nog kan herinneren..'

'Ben je gelukkig, in dienst van hem?'

'Het is de grootste eer mogelijk, mijn heer.'

'Dat is wat anders als geluk,' zei ik en ik pakte haar hand. Ze schrok, haar lichaam was gespannen.

'Speel morgenavond voor me, op mijn kamer,' zei ik. Ze knikte nerveus. 'Je mag gaan,' zei ik. Ze stond op, boog lichtjes door haar knieën en liep weg. Ik keek naar de laatste lichtstraaltjes van de ondergaande zon en beloofde mijzelf haar heel te houden. Ze was puur en mooi, kwetsbaar. Ik zou haar kunnen breken, dacht ik. Ergens in mijzelf wilde ik dat wel. Haar lot in mijn handen.

En die avond daarna speelde ze voor me, naast de brandende haard. Haar lange slanke vingers bespeelden de snaren, sensueel en sterk tegelijk. De melodie streelde mijn oren. Haar geconcentreerde blik was gericht op haar handen, maar ik wilde dat ze mij aankeek, terwijl ik naar haar keek, op de bank, tegenover de haard. Zij speelde bespeelde het instrument alsof ze mij bespeelde, kundig en volmaakt. Ik kon geen genoeg krijgen van haar aanwezigheid en gebood haar door te gaan, tot diep in de nacht. Nu keek ze me aan, boos, maar ging door. Haar vingers deden zeer maar ze vermande zich, onderbrak het spel niet. De uren vlogen voorbij. Ik raakte in een soort trance. Ik voelde mijn geest dansen, op elke toon en elke snaar die zij raakte. Het was alsof alles even wegviel en ik een werd met de muziek. Toen hoorde ik haar haperen. Het bracht mij weer bij positieven. Strak stonden haar ogen op mij gericht, en af en toe kneep ze dicht van de pijn. Het licht van de manen schenen door het vitraas naar binnen. Ze stopte.

'Zei ik dat je mocht ophouden met spelen?' vroeg ik.

'Nee heer,' antwoordde zij. Ze pakte de draad weer op, nu met tranen in haar ogen. Ik wilde haar verlossen, maar zien lijden tegelijk. Ik wilde haar breken, en haar daarna weer heel maken. Ik wilde haar verslinden zoals een wolf zijn prooi verscheurt. En beschermen, omdat zij kwetsbaar en puur is.

Plots werd mijn sadisme ook mijzelf teveel. Ik gebood haar te stoppen, wat zij dankbaar aanvaarde. Ik knielde voor haar neer, pakte haar zere handen en kuste haar dikke, rode vingers. Ze schrok, tranen rolde over haar wangen. Ik wilde mijn excuses aanbieden maar kreeg het niet over mijn lippen. Minuten lang bleef ik zitten met haar vingers in mijn handen terwijl ik haar puzzelend aankeek. Ik wist niet meer wat ik haar wilde laten doen, al mijn snode plannen smolten in het niet toen ik keek in haar felblauwe ogen en donkere wimpers, die gevuld waren met tranen. Ik begon me te schamen. Waren het die tranen wel die ik van haar wilde, gaf het mij het genot dat ik dacht dat het mij zou geven? Toch wilde ik ze hebben. Ik pakte haar gezicht vast met mijn handen en kuste haar zoute tranen weg. Ze liet me toe. Ze rook verrukkelijk, ik maakte haar knotje los en ging met mijn vingers door haar golvende zwarte haren. De haren die een indicatie geven van het feit dat zij een halfbloedje is, dat zij niet puur is, en dat zij een snoepje is waar ik niet van mag eten. Een snoepje die ik maar al te graag wilde hebben. Ik voelde haar warme adem schokken tegen mijn wang terwijl ik haar wang zoende met zachte kusjes. Haar mond zocht de mijne en uiteindelijk vond ze me. We kusten elkaar intens, ik bleef haar gezicht strelen met mijn handen. Ik wilde haar, kon geen genoeg van haar krijgen. Ze liet me toe, want ze wilde het ook, ook al haatte ze mij en zichzelf erom.' Andros stopte zijn verhaal omdat zijn broer, die met ingehouden adem en verontwaardiging aan het luisteren was geweest, het te kwaad had en hem onderbrak.

'Wordt je niet gek van je eigen spelletjes?' vroeg hij met een scherpe toon.

'Maar het was geen spelletje meer, Thomas. Het was echt. En ik heb haar niet geforceerd in het spel der liefde, ze deed het uit eigen vrije wil.'

'Om vervolgens een gebroken hart te hebben omdat zij maar een halfbloedje en een dienstmeisje is, en jij de kroonprins van Xerra. Een mooie ben jij.'

'Ik geef toe dat het niet goed is, maar ik kon mijzelf niet helpen. Elke avond liet ik haar bij mij komen. Tot pap erachter kwam.'

'Oh nee, hoe kwam hij hier achter? Hoe reageerde hij?'

'Ik weet niet hoe, maar hij gebood mij op een ochtend bij hem te komen en hij was woest. Zelden heb ik hem zo boos gezien.'

'Omdat zij onpuur is?'

'Omdat zij van hem is, zijn dienstmeisje, die hij al heeft sinds zij een kind was. Hij heeft zich over haar ontfermd, zij heeft van zijn bescherming genoten en nu heb ik dat voor haar kapot gemaakt, ik heb haar niet heel gelaten, ik heb de belofte gebroken die hij aan haar gemaakt had toen zij nog een kind was.'

'Jeetje… Wat heftig.'

'Ik heb hem beloofd dat ik haar niet meer zou zien, buiten hem om. Ik heb haar verteld dat we niet meer samen konden zijn en dat het me speet dat ik haar onteerd heb.'

'Hoe reageerde zij?'

'Als een typische vrouw, met tranen en al. Ze vond dat ik haar niet onteerd had. Ik wist wel beter, maar maak dat zo'n emotioneel wezen dat eens wijs. Het was van tevoren al gedoemd om op niets uit te draaien, dat wist ze zelf ook wel. We hadden het leuk samen en nu was het klaar. Dat zei ik haar. En dat moet ze maar accepteren.'

'Accepteer je het zelf wel?'

'Wat een stomme vraag…' mokkend draaide Andros zich om.

'Andros, je weet toch, die rellen en zo, die in Xarpolis?' De manier waarop het onderwerp ineens veranderde, verraste Andros en hij draaide zich weer om naar zijn broer, die hem aankeek alsof ook hij een verhaal te vertellen had.

'Ja..' Andros ging rechtop zitten en zette het hoofdkussen onder achter zijn rug, ging zich verzitten, verplaatste het kussen weer tot hij recht zat. Nu ging ook Thomas rechtop zitten.

'Wij mogen er eigenlijk niet bij in de buurt komen, dat weet ik..'

'Maar..' Andros keek zijn broer nog even twijfelend aan maar stak toch maar van wal.

'Ik was te nieuwsgierig, ik wilde wel eens weten.. wat het allemaal inhield. Wat de betekenis was van al deze onrust in onze geliefde stad.. Dus heb ik ons protocol geschonden, heb de bodyguards van mij om de tuin geleid, zelfs onze moeder, heb mijn alibi helemaal uitgestippeld… En ik ben er heen gegaan..'

'Thomas, was je nu helemaal gek geworden? Weet je wel niet hoe gevaarlijk dat is? Er had van alles kunnen gebeuren, vooral als je werd herkend..'

'Andros, wil je dit nou horen of niet?' Andros knikte, Thomas ging verder.

'Ik heb voor het eerst in mijn leven een metro gepakt. Echt te gek gewoon. Ik had een capuchon en een zonnebril op, niemand herkende me. Dat ding ging snel en oh wat was het druk. Niemand was ook vriendelijk naar elkaar of groette elkaar. Heel anders dan in de buurten waar wij wel eens komen. Het was gelukt om op Xarynplein te komen. Het was echt een hele grootte menigte, daar, voor het huis van de Polisraad. Op tv zie je eigenlijk niet hoeveel het er zijn. Alsof het maar een enkele relschopper is. Maar het was een enorme menigte met zelfs vrouwen en kinderen. Spandoeken, geschreeuw en gejoel. Iedereen die ik tegenkwam leek met de zaak begaan te zijn. Ik sprak een Xeraan die mij vertelde dat serieus, in de twee weken dat dit aan de gang was, men door en door bleef gaan met protesteren. Soms gingen er een paar slapen en die werden dan weer afgelost. Sommigen hebben al dagen niets gegeten. Een aantal deden zelfs aan voedselstaking. Hij wist me zelfs te vertellen dat de Mobiele Eenheid het alleen maar doogden omdat ze niet in genoeg getallen zijn om deze massa tegen te houden?

'Wát?' Andros schrok. 'Ik heb altijd begrepen dat wij altijd de overhand hadden hierin'.

'Nee broer, zo zie je maar hoe bedriegend de tv soms is. Hoe wij zelfs om de tuin worden geleid.. Ik wrong me op een gegeven moment door de menigte heen. Mensen hadden lintjes om in de kleuren van de regenboog, om hun nek, in hun haar, om hun staart. Allemaal, terwijl ik zoveel rassen nog nooit bij elkaar had gezien. Negers, daar waren er een heleboel van, trouwens, maar ook kleurlingen en net zo goed ook een hoop blanken, geloof het of niet.. en zelfs zag ik een groepje Indianen, compleet in dierenvellen! Ik wilde dit wel van dichterbij bekijken dus wrong ik me door de menigte heen en ging bij hen staan. Ik had gedacht dat ze alleen met hun eigen soort omgingen maar ook zij hadden blijkbaar vrienden in andere rassen. Wat een gemeenschappelijk doel al dan niet teweeg kan brengen he? Enfin, ik raakte met ze aan de praat. Ze waren heel open en vriendelijk, niet zoals de barbaren als dat ze worden afgeschilderd op tv. Hun Xeraans was ook vloeiend. Bij hen stond een blanke met staart en een aantal blanken zonder staart. Lelijk zijn die mensen ook niet van dichtbij. Ze kunnen nog steeds heel knap zijn en een goed figuur hebben, ook al hebben zij geen staart.'

'Je praat over deze mensen alsof er geen verschil is…'

'Ja tuurlijk is er verschil, maar…' Thomas keek naar het strakke gezicht van zijn broer. 'Er is gewoon verschil. Maar de doelen die ze hebben, bijvoorbeeld beter onderwijs voor niet hogere rassen en beter loon, onderdak en eten, dat zijn wel dingen om voor te vechten toch?'

'Dat misschien wel, maar ze voeren voornamelijk actie voor medezeggenschap in de Polisraad, en dat is natuurlijk dom. Er zijn zelfs een aantal imbecielen die de rassenleer tegenspreken. Dat soort mensen moeten gewoon worden afgemaakt!' Andros keek strak naar Thomas die uiteindelijk knikte.

'Goed, deze jongens streden niet voor die dingen. Zij hadden een spandoek waarop stond:

"Ontheilig niet ons heilig grondgebied!" Blijkbaar liggen er plannen om de Polis een stuk uit te breiden, midden de Jungle in. Hier woont een clan van Indianen die daar al in eigen zeggen sinds het begin der tijden wonen. Legende zegt dat een van hun voorouders ooit vanaf daar een reis heeft gemaakt onder de grond en de oorsprong des levends had ontdekt en de ware reden van ons bestaan. Het is een belangrijke plek voor hun religie, die wij hardhandig van hen aan het afpakken zijn'.

'Religie is iets ouderwets, ze zijn zo dom dat ze nog in die dingen kunnen geloven. Al die ruimte.. Moeten we er omhéén gaan bouwen of zo? Je weet van de woningnood, daar zijn zelfs protestvoeringen tegen! We kunnen niet met iederéén rekening houden!' snoof Andros.

'Ja dat snap ik, maar jammer is het wel toch. Enfin, ik praatte een tijdje met hen. Ze waren niet verbaasd dat ik, als blanke Xeraan, interesse in hen stelde. Blijkbaar praatte iedereen dus met elkaar. Het waren vijf Indianen, allemaal jonge mannen. Twee van hen, spierenbundels, als ik dat mag zeggen, praatten niet zoveel. Volgens mij konden zij geen Xeraans, of hadden ze geen zin er in. Ze hadden een ontbloot bovenlichaam en hadden een omslagdoek van dierenvel. De drie anderen hadden normale kleren aan, wel hadden ze allemaal lang haar, nog langer dan wij, het reikte tot hun billen. Ze zijn iets donkerder getint dan wij en dat haar is echt diepzwart, net zo zwart als dat van Karona.

'Bij deze groep waren zoals ik al zei een aantal blanken, waaronder een meisje. Ze was staartloos. Ze zat te praten met een van de drie netjesgeklede Indianen, Elan genaamd. Met hem heb ik ook wat gekletst, aardige jongen. Maar zij was echt beeldschoon broer. Ze had een bijna witte huid met prachtig lang blond haar in een paardenstaart. Prachtige heldergroene ogen. Toen ik haar aansprak om een praatje met haar te maken was ik verbaasd. Een gezicht vol besloten verlangen.. en verdriet. Ik kon het niet plaatsen. Alleen dat ik op dat moment op de een of andere manier besloten had dat ik haar nooit zou vergeten… Haar naam is Limny, ja, net als de bloem. Zij protesteerde mee met de Indianen want ze woont aan de rand van de stad, vlakbij de Jungle. Een paar van die Indiaanse jongens, waaronder Elan, geven daar zelfverdediginglessen en trainingen aan jongeren en kinderen uit de stad, als bijverdienste. Zij heeft bij hen ook wat lessen gevolgd. Ze is wel iets ouder als ik, achttien jaar. Ze kent deze mensen al heel lang of zo. Ze is echt met hun lot begaan. Ik…' Thomas werd onderbroken omdat er op de deur werd geklopt.

'Mijn heren, we gaan vertrekken!' klonk de stem van Maurice, de dienstheer door de deur.

'alsjeblieft Andros, vertel dit alles niet door! Vooral niet aan mam, want dan wilt ze mijn hoofd op een dienblad, net als in die legende van..' stotterde Thomas

'Ja broer, ik vertel niets door, als je me maar één ding kan beloven.'

'Wat dan?'

'Dat je haar uit je hoofd zet, zoals ik Karona uit mijn hoofd moet zetten.'