Hoofdstuk 3

Limny Bakersveld liep in gedachten de deur uit. Ze woonde met haar moeder en jongere zusje aan de rand van het zuiden van Xarpolis. Het zuidelijke gedeelte van de stad alleen al betrok zo'n honderdnegenenzestig kilometer, daarom was ook 'de Zuidas' ingedeeld in districten. Limny woonde in disrtict 16, een vrij nette buurt waar arme en minder arme mensen met iets betere beroepen door elkaar heen woonden. De huizen waren wit, dicht op elkaar met witte trappetjes ertussen dat van hetzelfde soort witte steen was gemaakt. Het had een beetje een mysterieus sfeertje, maar mensen hier waren erg aardig. Hier woonden voornamelijk Xeranen met en zonder staart. Haar moeder was docent. Ze gaf les aan het plaatselijk schooltje aan jongere kinderen. Deze kinderen maakten wel eens uitstapjes naar de Jungle waar ze dan ook kennis maakten met de plaatselijke Indianen. Soms kwamen de jonge Indianen ook wel eens de stad binnen om handwerken op de markt te verkopen en om op het terrasje te zitten.

In gedachten liep ze nu langs een van de terrasjes waar ze vaak te vinden was. Ze stopte daar niet, maar liep verder door de nauwe witte straatjes en trappetjes. Het was een zonnig dagje, lekker warm en er hing een koel briesje. Ze stak het buurtpleintje over en liep langs de oever van het meer, op de witgeschilderde pier. Het meer was van gemiddelde grootte. Vaak zag je hier wel eens kinderen zwemmen, maar het was nu een doordeweekse dag, ze zitten op school. Ze liep verder door naar het zuiden. Over een paar trappen, de hoek om, een nauw steegje door, en daarachter lag een wit plein met daartegenover de 'Poort 16'. Deze zat in de Polismuur, die voor het oog van het landschap aan deze kant ook wit was, ook al kon met niet verhullen dat de muur was gemaakt van ijzeren materiaal. Deze muur stond er al heel lang en was er eigenlijk alleen nog maar als symbool. De Polis had betere manieren om je binnen of buiten te houden.

Limny liep naar de poort. Achter de poort kon ze de witte trap af zien lopen, naar het pleintje toe daarachter. Er stonden veel grote potten met bloemen. Daarachter zag ze bomen. Ze duwde haar hand door de poort, maar werd tegengehouden door een onzichtbaar krachtveld. Het zat er dus nog steeds. Het was zogenaamd maar een tijdelijke maatregel geweest, maar ze vermoedde dat hij niet gauw werd weggehaald. Ze drukte op de knop van de bel, deze zat aan de rechterzijkant van de poort, tezamen met een intercom en een camera.

'Naam en reden van uitgang?' vroeg de stem van een vrouw door de intercom.

'Limny Bakersveld, bezoek aan Kamp Paktu,' antwoordde ze, terwijl ze haar identiteitsbewijs omhooghield.

'Toegang toegestaan.'

Ze hoorde een zachte zoem en liep door de poort heen. Achter zich hoorde ze weer een zoem, het krachtveld herstelde zich weer. De temperatuur leek hier nog warmer te zijn en nog vochtiger. Ze liep langs de potten met bloemen, waar veel bijen en zelfs hele kleine stuifmeeletende vogeltjes omheen vlogen. Binnen de stad zag je ze nauwelijks, hier waren ze met grote getallen. Ze liep het witte weggetje af, tussen de bomen door, tot ze na tien minuten lopen het clubhuis zag opdoemen. Het was een houten gebouwtje met twee zalen en twee extra kamertjes bovenin met een wc en een douche. Hier kregen kinderen natuurles en zelfverdediginglessen. Hier werd ook wel eens gekampeerd en er werden vanaf hier wandeltochten georganiseerd. 'Kamp Paktu' werd geregeld door zowel mensen uit district 16 als door de naburige stam Indianen.

Limny liep naar de achterkant van het clubhuis, daar was een klein pleintje en tussen de grote bloempotten stonden er stoelen die waren gesneden uit stukken boomstammen. Op een van de boomstammen zat een knappe jonge Indiaan, zijn bovenlichaam was bloot waardoor zijn prachtige spieren en mooie bruine tint te zien was. Hij droeg een kort broekje. Zijn benen waren nauwelijks met haar bedekt. Hij was bezig een tak te ontdoen van zijn schil, dit deed hij heel handig met het zakmesje wat hij altijd bij zich droeg. Ze staarde er een tijdje naar. Hij had haar natuurlijk al horen aankomen maar deze jongen vond het niet erg om mensen op zich te laten wachten. Nu keek hij op en glimlachte.

'Limny, jou had ik niet verwacht, moet je je niet klaarmaken voor de grote reis?'.

'Ik wilde afscheid van je nemen. Ik ga je een jaar niet zien.'

'Ja natuurlijk, ga zitten. Wil je wat drinken? Ik heb nog verse lavendelhoningwater in de aanbieding.'

'Graag,' antwoordde ze. Van dit warme weer werd ze wel dorstig. Elan verdween het clubhuis in en kwam even later terug met een kan honigwater en twee kopjes. Deze waren van aardewerk gemaakt, van klei dat van de plaatselijke rivier kwam. Hij schonk voor hen beide in en ging tegenover haar zitten. Hij pakte zijn mes en stok en ging verder met snijden.

'Heb je je school nog goed af kunnen maken?' vroeg hij terwijl hij bezig was.

'Ja gaat goed, ik heb bij alle vakken uitmuntend gepresteerd. Mijn mentor is heeft een goede aanbeveling voor de docentenvakschool geschreven voor mij en ik werd meteen aangenomen, op voorwaarde dat ik tijdens de grote reis vrijwilligerswerk doe met kinderen. Toen ik dit nieuws aan mijn moeder vertelde moest ze gewoon huilen van geluk,' vertelde Limny.

'Wat fantastisch,' antwoordde de jongeman, en keek haar vrolijk aan. 'Je ziet een rooskleurige toekomst tegemoet. Maar kun je die opleiding wel betalen?'

'Jazeker,' antwoordde Limny, terwijl zij een slok van haar lavendelhonigwater nam. 'Mijn moeder heeft vanaf mijn geboorte gespaard, ze heeft nu genoeg bijeen om mijn gehele opleiding te kunnen financieren, als ik het dan wel in het normale tempo doe.'

'Dat is goed nieuws!' antwoordde de Irdinan, 'Wanneer ga je beginnen?'

'Na de grote reis is kan ik meteen beginnen,' antwoordde ze. 'Het enige is dat ik nog wel wat ervaring op moet doen met kinderen, maar dat moet tijdens de grote reis wel goed komen.'

'Prachtig,' zei Elan. Limny keek hem onderzoekend aan. Ze kende hem te goed om niet door zijn prachtige glimlach heen te kunnen prikken. Haar gedachten ratelden voort in haar hoofd. Had ze niet zo enthousiast moeten zijn? Hij zou nooit in zijn leven zulke kansen krijgen, als hij die zou willen. Hij was voor eeuwig gedoemd tot deze plek en de paar opties die hij had voor zijn toekomst die hier aan vast hingen. Zij kon de wijde wereld in, hij niet. Als het al zo was dat zijn thuis zou blijven voortbestaan, want zoals het er nu uitziet, zag dat er niet al te rooskleurig uit. Misschien als ze met hem zou trouwen kon hij meer opties krijgen voor zijn toekomst, maar dat zou hij niet willen, hij was teveel verbonden aan zijn eigen volk. Nu de wet twintig jaar geleden was opgeheven dat huwelijken tussen verschillende rassen verbood, een best vooruitstrevende verandering voor die tijd, waren dit soort dingen goed te doen. Al jaren had ze gefantaseerd over hoe het zou zijn als hij haar man zou worden, maar naarmate ze hem beter leerde kennen wist ze dat sommige verschillen tussen hen veel te groot lagen. Hij was, al dan niet vrij gedomesticeerd, dierlijker. Zijn instincten lagen dichter bij de natuur. Het was nu ook bewezen dat mensen van zijn soort gedeelten in de hersenen gebruikten die bij blanke Xeranen allang uitgeschakeld waren. Wat die gedeelten nu precies deden is onbekend, maar antropologen doen hun best om dit vraagstuk op te lossen, want de wetenschap hield zich in deze tijden meer bezig met de ruimte en kunstmatige klimaten. Het heelal leek belangrijker dan de aarde zelf en alles wat kunstmatig is, leek belangrijker dan de natuur. De Indianen waren anders, voor hen was Moeder Aarde het belangrijkste en was technologie ondergeschikt aan de natuurlijke orde van de aarde. Alles wat de natuurlijke balans en evenwicht zou verstoren zou in principe gemeden moeten worden. Daarom wezen meerdere stammen die nog in de oude natuurreligies geloofden technologie af. Daarvoor in de plaats hadden zij hun dierlijke instincten, die soms bijzonderder voor haar leken dan wat voor planeet dan ook in de verre ruimte, waar ze misschien ooit eens over honderden jaren naartoe zouden kunnen gaan.

Hij zag haar kijken, merkte ze op. Ze was natuurlijk weer aan het staren.

'Voel je niet bezwaard, lieverd,' zei hij, en pakte haar hand. 'Ik ben blij voor jou, want het is wat jij wilt. Ik zou zoiets voor mijzelf nooit willen. Het maakt mij niet uit als deze mogelijkheid zich aan mij niet voordoet.' Hij keek haar glimlachend aan.

Zijn aanraking zette een zachte tinteling in haar buik teweeg. Hij liet haar hand los, pakte zijn mes en ging weer verder met snijden.

Een tijdlang waren ze stil. Zo nu en dan keek ze naar Elan en zag hoe hij een prachtige ceremoniële stok in elkaar zette, met steentjes en veren. Hij deed dat in rust en stilte, heel vredig. Kon zij maar die storm in haar hoofd en buik maar zo gemakkelijk tot bedaren brengen als hij dat kon.

Plotseling stond hij op. Met een dierlijk blik stond hij naar één punt gericht, ergens tussen de takken van een boom. Daarna leek zijn sociale en gedomesticeerde brein weer de overhand gekregen te krijgen. Hij keek haar aan.

'Onze jagers hebben zes wilde dansmars gedood vandaag, een absoluut hoogtepunt. Er komt een feestmaaltijd. Jij bent ook welkom om mee te eten. De vrouwen zijn al begonnen met de voorbereidingen,' vertelde hij enthousiast.

Limny glimlachte. Hij wist wel vaker dingen waarvan ze afvroeg hoe hij het kon weten. Had hij misschien een geluid gehoord, een soort roep met die betekenis? Of was het dat ene, datgene dat haar jaren geleden had gered, die gave?

Ze was als dertienjarig meisje in haar slaap naar buiten gelopen. In die tijd had ze wel vaker slaapproblemen en waren nachtelijke uitjes daar een van. Nu leek alsof er iemand haar zachtjes doch dringend had wakker gemaakt uit haar droom. Ze zag hem voor zich staan, ze kon hem niet passeren. Ze werd langzaam wakker en besefte dat ze aan het slaapwandelen was en dat hij er helemaal niet was geweest. Toen keek ze voor zich, als ze maar één pas verder had gedaan was ze in en diepe kuil gevallen en zou ze misschien wel het een of ander ledemaat gebroken hebben.

Lymny schudde deze herinnering van zich af en antwoordde:

'Ik heb eigenlijk ook best wel trek.'

De trommels klonken als de hartslag van Moeder Aarde. De sjamaan zegende het eten door Moeder Aarde te bedanken voor al haar gulheid, en de God voor de kracht van de mensen die jaagden. Hij danste om het vuur heen waar de grote potten met vlees zaten te koken en waar ook een beest aan het spit werd gedraaid. Hij droeg een tooi met houten kralen en veren, een lendendoek van bont en in zijn hand had hij een schoteltje met smeulende kruidenblaadjes, die sterk roken. Dit was niet de eerste keer dat Limny dit meemaakte, dus toen de Sjamaan de kring rond ging met de kruidendamp liet ze zich gewillig bedwelmen door de zegening. Hierna zou er nog een zegening met water komen, en daarna waren ze klaar om te gaan eten. De mensen praatten gezellig met elkaar en er hing een prettige sfeer.

Limny heeft vlees eigenlijk nooit echt lekker gevonden. Na een paar happen gaf ze het vlees aan Elan, die het dankbaar aanvaardde. Voordat hij echter verder ging met eten, schoot Elan zijn broer Hania aan zijn linkerkant aan. Deze zat al de hele tijd met een glimlach op zijn gezicht om zich heen te kijken, zijn vlees lag nog onaangeroerd in zijn kom.

'Hania, wat is er aan de hand?'vroeg Elan. Hania schudde zijn hoofd. 'Niks, Elan.' Limny keek nieuwsgierig naar beide broers. De twee waren, geheel vanzelfsprekend voor veel tweelingen, erg hecht. Limny, die nooit broers of zussen had gehad, was altijd een klein beetje jaloers geweest op de band die beide broers met elkaar hadden. Nu echter leek Elan zijn broer geërgerd aan.

'Je houdt iets voor mij achter.' Hania keek zijn broer aan met een zweem van medelijden. 'Ik weet dat je gewend bent altijd alles van mij te horen, maar ik beloof je, op het moment dat het rond is, zul jij de eerste zijn die het weet,' zei hij en een grote glimlach verscheen weer op zijn gezicht. Elan nam mokkend een slok water en staarde in het vuur. Limny kon zich niet echt voorstellen wat nou het probleem was voor Elan, ook al begreep ze dat die twee een bijzondere band hadden. Limny nam ook een slok van haar water. Toen deed ze iets wat ze niet gedacht had te doen. Ze pakte zijn hand en kneep erin. Hij keek naar haar opzij en glimlachte. Hij streelde haar vingers even, maar liet los om zijn kom te pakken en ging zwijgend verder met eten.

Die avond was ze laat thuis gekomen. Haar moeder zat voor de televisie met een kop thee in haar hand. Toen ze haar dochter zag stonden haar blauwe ogen verdrietig.

'Limny, ga even zitten,' zei ze. Limny deed wat haar moeder haar vroeg, en voelde zich duizelig worden.

'Ik hoorde vanavond verontrustend nieuws..'

'Wat is het mama?' vroeg Limny, zich voorbereidend op het ergste.

'De motie is niet aangenomen, en de plannen gaan gewoon door. Definitief.'

'Het hele gebied, inclusief Kamp Paktu, wordt met de grond gelijk gemaakt?' Limny kon de tranen niet bedwingen. Haar moeder boog zich naar haar toe en sloot haar in haar armen.

'Ze hebben het geprobeerd lieverd.. Maar de indianen zullen en nieuw thuis moeten zoeken.'