NarciStella

"Het is maar een bezoekje aan een therapeut. Je gaat er niet aan dood, je kunt er alleen maar beter van worden," had mijn vriend gezegd voor het geval dat ik zou flippen. Als er één iemand is die mij de moed in kan spreken is hij het wel, al stond ik op dat moment stijf van de zenuwen.

"Maar, ik vind het al zo moeilijk om te praten over mijn alcohol probleem met jóu, laat staan met een vreemde die ik niet eens kén en…" ratelde ik zenuwachtig voort.

Mijn vriend glimlachte en gaf me een schouderklopje.

"Ga nu maar, schat," zei hij, en even later liep ik de deur uit.

Ik ben een bewuste vrouw van drieëndertig, ik heb een goede baan, een gezellig sociaal leven, een lieve vriend en ik ben niet stuk te krijgen – normaliter niet. Maar sinds kort besefte ik dat ik een alcoholverslaving heb en dat ik alcohol dus niet alleen maar lekker vind… Op advies van mijn vriend en beste vriendin Hadassa had ik een afspraak gemaakt met een zekere Mevrouw Stella Graandorp. Daar liep ik, op een zekere frisse ochtend naar het huis van de therapeute, die mijn kijk op de wereld helemaal heeft veranderd…

Toen ik voor het huis stond, schrok ik even. Het was een groot, prachtig huis, zo mooi en zo deftig dat ik me even afvroeg of de therapeute zo duur was om haar kwaliteiten of dat ik eigenlijk gewoon moest meebetalen aan het huis.

Ik belde aan. Een glimlachende jonge vrouw, die ik tweeëntwintig schatte, deed open. Ze was erg knap en had lang golvend zwart haar dat tot haar middel reikte, groene ogen en ze droeg een wit mantelpakje.

"Ik ben hier voor mevrouw de therapeute," zei ik knipogend naar haar. Zij knipoogde terug.

"Dat ben ik," zei ze en haar glimlach verbreedde zich. Ik was verbaasd.

"Wat? Echt?" vroeg ik. Hoe kon zo'n vooraanstaande psycholoog nou zo jong zijn? Ik had op z'n minst een vrouw verwacht van een jaar of vijftig, een knotje in 't haar, een brilletje en een streng blik…

"U bent Marjan Bretten?" vroeg ze en ik knikte. Ze leidde me naar haar spreekkamertje. Ik ging tegenover haar aan tafel zitten en legde in het kort mijn situatie uit. Ik voelde er niets voor om in details te treden, ik voelde me eigenlijk sowieso ongemakkelijk bij haar. Op de één of andere manier was het voor mij nóg ondraaglijker om met iemand over mijn problemen te praten die nóg jonger was dan ik. Zeker met iemand die ík nog nauwelijks volwassen vond – zo zag ik haar, en dat was ook mijn kijk op die leeftijd – al bleek ze vijfentwintig te zijn.

Ze was wel aardig. Ze maakte ondertussen grapjes en ik kon haar sence of humor wel waarderen.

Plotseling stond ze op. "Jezus, wat ben ik gastvrij, zeg!" zei ze, terwijl ze me verstrooid aankeek, "Ik ben helemaal vergeten je thee aan te bieden! Ik ben zo terug," en nog voor ik kon reageren was ze het kamertje al uitgelopen.

Ik voelde me even alleen gelaten. Tot nu toe was al mijn aandacht op háár gericht geweest en ik miste haar meteen toen ze weg was. Maar nu begon ik voor het eerst goed om me heen te kijken, en kwam tot mijn grote schrik tot de ontdekking dat alle tekeningen die hier aan de muur hingen portretten waren van háár, allemaal door verschillende tekenaars getekend. Ik had het altijd al narcistisch gevonden als mensen één of twee portretten van zichzelf in huis hadden hangen, en ook vond ik het raar als mensen foto's van zichzelf lieten afdrukken op poster–formaat en die in hun slaapkamer lieten hangen, maar wat ik hiervan moest denken, dat wist ik écht niet…

Plotseling werd mijn aandacht getrokken naar een stapeltje foto's die op de tafel lagen. Ik bekeek ze. Op de eerste foto zat zij aan haar bureau, handen gevouwen en met een streng blik. Ik moest even lachen om de foto, maar bij de tweede foto moest ik even slikken. Ze stond in een tuin, omringd met bloemen en droeg bijna niks, alleen een sjaal losjes om haar hals vanwaar de uiteinden strategisch voor haar billen hingen. Ze keek lief de camera in.

De derde foto was nóg erotischer, ze lag op een roodfluwelen bank, haar lange haar was uitgespreid op een goudkleurige kussen. Een zwartsatijnen laken bedekte haar half, terwijl kaarslicht een romantische sfeer creëerde en zij verleidelijk de camera in keek. In de vierde foto stond ze in een winterdecor omringd door sneeuw, ze had een witte jurk aan en keek statig de camera in, terwijl het sneeuwde en haar zwarte haren witter werden.

Zo waren er nog meer foto's met verschillende thema's, waar zij zo thuishoorde in de foto's en soms een deel uitmaakte van het landschap.

"Mooie foto's, hè?" vroeg haar warme stem. Ik schrok op; ik had niet eens in de gaten gehad dat ze alweer was binnengekomen. Ze gaf me een kopje thee en ik nam die beleefd aan.

"Waar heb je die foto's laten maken?" vroeg ik.

"Een patiënt van mij had die foto's gemaakt, uit dankbaarheid voor mijn hulp," antwoordde zij.

"De foto's zijn prachtig, hij heeft echt enorm veel talent," zei ik en zij knikte.

"Hij was zo gek als een deur," lachte ze en vervolgde dromerig: "Maar soms zijn dat soort mensen de mooiste mensen…"

Ik keek haar aan, terwijl ze mijn blik blozend ontweek, wat ik toen niet begreep.

"Hij probeerde mij uit te beelden zoals ik ben. Maar het is hem op geen van de foto's gelukt, en toch is hij op elke foto daarin geslaagd… Naar eigen zeggen," legde ze uit.

"Is hij nog steeds jouw patiënt?" vroeg ik. Ze schudde haar hoofd bedroefd.

"Hij heeft twee maanden geleden zelfmoord gepleegd." Nu ontweek ze mijn blik weer. Ik vond dit maar een vreemde psycholoog.

"Oh," antwoordde ik. Om van onderwerp te veranderen vroeg ik haar waarom ze zoveel tekeningen van zichzelf op de muur had hangen. Zij legde me uit dat haar natekenen een onderdeel van haar therapie was, zodat de patiënt, omdat hij haar natekende, meer contact met haar zou hebben en het praten daarom makkelijker ging. Ik vond het maar een merkwaardige manier, maar dat hield ik voor me.

"Wil jij ook op die manier te werk gaan?" vroeg ze me. Ik wilde eerst weigeren, maar daarna bedachte ik me dat het toch geen kwaad kon en als ik haar daar nu een plezier mee deed… Ik stemde toe.

Terwijl ze voor mij de tekenspullen neerlegde, nam ik een paar slokken thee. Ik pakte het potlood en trok het eerste lijntje. Wat er daarna gebeurde was vaag.

Zelfs nu, terwijl ik door de mist van die twee uur probeer door te dringen, herinner ik alleen nog maar flarden: Ik nam slokjes thee, zette af en toe een lijntje en verder leek het me toe dat ik haar de hele tijd aanstaarde. Soms zei ze iets, wat ik me niet meer kan herinneren. Ik antwoordde, terwijl ik achteraf bij God niet weet wat ik op dat moment zei. Ik durf zelfs te beweren dat alleen mijn lippen zich bewogen hadden zonder dat er geluid uit gekomen was. En al die tijd is het haar mysterieuze blik die mij me het meeste bij blijft. Haar hypnotiserende ogen lijken wel op mijn netvlies te zijn gebrand…

"Marjan, kun je dat laatste nog even herhalen? Volgens mij komen we ergens," vroeg ze, terwijl ze me analyserend aankeek. Het leek alsof ik wakker schrok uit een slaaptoestand en dat ik nu een helder moment had.

"Waar was ik?" vroeg ik verward.

"Je had het over je gevoelens toen je ouders gingen scheiden toen je twaalf was. Je had je toen een dag lang opgesloten in je kamer met een krat bier…" antwoordde ze me.

"Heb ik jou dat verteld?" schrok ik. Maar hoe kon ze dat anders weten?

"Alles oké?" vroeg ze me bezorgd. Ik knikte en vervolgens keek ik naar mijn tekening. Het leek sprekend. Hoe kon ík dat nu hebben getekend?

"Ongelooflijk! Ik wist niet dat ik dat kan!" riep ik uit. Zij knipoogde naar me.

"Een verborgen talent, zie ik. Ik zal hem trots in dit kamertje hangen…"

De tweede sessie was een week later. Ik zag mijn tekening van haar op de muur naast de tekeningen van andere mensen en verbaasde me nog steeds over het feit dat ík dat getekend had. Ze zat weer tegenover me en had haar tekenspullen alweer voor me gelegd, evenals de kop kruidenthee.

"Wat voor thee is het eigenlijk?" vroeg ik haar. Zij antwoordde:

"Kruiden van mijn tuin. Zie je ze groeien?" Ze wees door het raam – dat open stond - naar de plantjes en struikjes in haar tuin. Ik knikte, maar ik ben absoluut geen kruidenkenner dus ik liet het daar maar bij…

Ik ging achterover zitten en nipte van de thee.

"Zullen we maar weer beginnen?" vroeg ze me lachend, en het laatste dat ik mij kan herinneren van die twee uur was het potlood dat ik vasthield…

We zouden de twee uur lang hebben doorgekletst. Ik zou haar verteld hebben over mijn 'moeilijke jeugd' en wat er gebeurd als ik alcohol drink. Maar ik kan mij daar niets van herinneren. Een beetje achterdochtig vroeg ik haar, op een helder moment, wat ik haar allemaal had verteld. Maar zij wist een heleboel details uit mijn leven op te noemen, details die ik zelfs nooit had verteld aan mijn lieve vriend en ik snap nog steeds bij God niet hoe ik dat haar heb kunnen vertellen.

"Volgens… Volgens mij heb ik last van black-outs…" biechtte ik haar op.

"Wat? Wanneer?" vroeg ze bezorgd.

"Nu. Net," antwoordde ik. Ze schrok.

"Maar, je bent zo helder…" zei ze.

"Wat ik allemaal tegen jou heb gezegd, ik herinner het me niet…" zei ik zachtjes. Ze keek bezorgd en daarna bevelend.

"Marjan, we kunnen het hier beter bij laten. Misschien wordt het iets te zwaar voor je, al dat graven in je geheugen… Ga vanavond uitrusten en lekker niets doen, en dan zie ik je volgende week wel, goed?" Ik knikte. Ik gaf haar de tekening, die ik van haar heb getekend, waarvan ik het me niet kan herinneren dat ik dat gedaan heb en ze hing gelijk mijn tweede meesterwerk aan de muur…

Thuis kon ik niet slapen. Ik lag lekker genesteld in de armen van mijn vriend, die nu aan het slapen was. Ik stond op en liep naar de kast. Ik vond daar nog een fles Jenever en ging in de huiskamer zitten met de fles op mijn schoot, die ik al sinds ik dertien was heb leren drinken…

Ik zette de fles op mijn lippen om mezelf naar m'n grootje te drinken. Ik zag het echt even niet meer zitten; ik voelde me zo verward. Maar nét, toen ik de warme Jenever in mijn keel liet glijden, ging de telefoon. Hij rinkelde drie keer, en daarna niet weer. Een beetje achterdochtig pakte ik de telefoon, maar ik hoorde alleen maar de kiestoon. Ik hing op en zoop binnen tien minuten de fles leeg…

In mijn dronken bui kreeg ik een vreemde gedachte. "Bel de heks, bel haar op," zei ik tegen mezelf en ik pakte de telefoon. Terwijl ik het nummer draaide besefte ik dat ik allang wist dat zij wakker was… En terwijl de telefoon overging keek ik uit het raam en zag de maan vol schijnen. Het leek alsof het lachende gezichtje van de maan mij uitlachte…

Het duurde niet lang voordat ik Stella's heldere stem aan de andere kant van de lijn hoorde.

"Hallo?" vroeg ze opgewekt.

"Waarom slaap je niet?" vroeg ik lallend.

"Marjan?" vroeg ze nieuwsgierig. Ik zei niets. Zij zei: "Omdat ik op deze tijd van de maand nooit slaap. En waarom slaap jij niet?" vroeg ze.

"Omdat ik dronken ben," lalde ik.

"Hebben wij het daar niet over gehad, Marjan?" vroeg ze zuchtend.

"Daarom kwam ik ook in de eerste plaats bij jou," antwoordde ik bijdehand.

"Waarom doe je het dan?" vroeg zij, op haar beurt bijdehand.

"Blijkbaar ben jij niet zo bekwaam als jij denkt, mevrouw Graanveld," meldde ik haar, alsof ik haar een groot, duister en lang bewaard geheim verklapte.

"Nogmaals, waarom drink je?" vroeg ze bevelend.

"Ik dacht dat jij me kon helpen, maar dat kan je niet… Waarom kom ik eigenlijk bij jou?"

"Dat zou ik ook wel 'ns willen weten. En waarom bel je me midden in de nacht op, Marjan?" vroeg ze. En die vraag kwam hard bij mij aan. Er viel een lange stilte. Ik hoorde haar zachte ademhaling aan de lijn.

"Omdat ik aan jou moest denken…" antwoordde ik uiteindelijk.

"Wat heb je op je lever, Marjan," vroeg ze.

"Ontzettend veel alcohol," antwoordde ik en hing op…

Een week later liep ik haar huis weer binnen. Ze was net bezig geweest met een andere patiënt, die de deur maar niet uit wilde gaan.

"Pieter, je sessie is afgelopen. Gá mijn huis uit! Ik heb nu een andere patiënt!" zei ze ongeduldig, maar de neurotische jongeman klampte zich aan haar vast en riep:

"Nee! Ik wil niet meer zonder jou! Dat wil ik niet! Laat me bij jou blijven! Zonder jou voel ik me verloren! Laat me blijven en stuur die indringster weg!" schreeuwde hij, terwijl hij bij dat laatste op mij wees. Ze keek me verontschuldigend aan.

"Pieter! Als je nu niet weggaat, stuur ik je door naar iemand anders…" riep ze, desalniettemin bleef ze kalm.

"Nee! Dan ga ik dood! Ik wil dood!" schreeuwde hij en rende haar huis uit.

Ik keek haar aan en zij keek terug.

"Wat wil je zeggen, Marjan? Dat ik niet bekwaam ben?" vroeg ze me.

"Nee, dat is niet in mijn hoofd opgekomen," antwoordde ik.

"Jaja," antwoordde zij, en leidde me chagrijnig naar het kamertje.

"Thee?" vroeg ze me, maar het was eigenlijk geen vraag. Ze gaf me een kop thee.

"Wil jij eigenlijk geen thee? Je ziet eruit alsof je dat wel even kan gebruiken," stelde ik voor.

"Nee," antwoordde ze, "Ik drink geen thee." Bij dit gezegd te hebben, keek ze blozend weg. Ik trok mijn wenkbrauwen op en zij zag het.

"Drink!" zei ik, en ze weigerde opnieuw. "Waarom drink je niet?" vroeg ik haar weer.

"Omdat ik bang ben mezelf te verliezen!" zei ze, en keek me strak aan.

"Ik drink, en jij drinkt ook!" en ik dronk de helft van de beker leeg. Ik gaf de rest aan haar. Nu dronk zij ook. Daarna staarden we elkaar aan.

De uren daarna zijn weer een mysterie, maar ik denk dat het ook een mysterie is voor haar…

Ik herinner me flarden van vreemde dingen; dat ik bovenop haar op de tafel lag, dat ik het vaasje bloemen van de tafel zag vallen door onze toedoen, dat ik haar kuste, dat ze fluisterde: "Zeg dat je van mij bent!" en ik zei: "Ik ben van jou!" en ze zei weer: "Zeg het nóg een keer!" en ik zei het nog twee keer.

"Drie keer van mij," fluisterde ze. "Het is donkere maan, en drie is een magisch getal!' zei ze. "In vervolg doe jij alles wat ik je zeg…" En haar ogen keken me bevelend aan…

De volgende dag belde ik haar.

"Ik moet met je praten," zei ik, en vertelde haar dat ik weer een ongelooflijke drang kreeg naar alcohol, en dat ze me nú moest helpen. Ik kon 's avonds bij haar terecht.

Die avond zat ik naast haar op de bank in haar huiskamer. Ze had zachte muziek opgezet.

Ze deed haar mond open om wat te zeggen, maar ik legde mijn vinger op haar lippen.

"Ik wil van je weten wat er gebeurd is gister…" zei ik met een zware stem. Ze keek me met grote ogen angstig aan en antwoordde niet.

Een paar minuten later sprak ik weer: "Vond jij het fijn?"

"Marjan, ik…" en ze zweeg.

"Wát?" vroeg ik haar.

"Ik had er geen controle over. Het was dat jij het graag wilde en het mij vroeg. Je zou het je niet moeten kunnen herinneren, maar dat doe je wel…" zei ze.

"Lieg niet," zei ik en keek haar strak aan.

"Wil je kopje thee?" vroeg ze me schouderophalend.

"Rot op met je thee!" riep ik.

"Rot jíj maar op en daar is het gat van de deur!" riep zij woedend terug. Maar ik vertrok geen spier.

"Wat stop je in die thee van je? Wil je soms dat iederéén verliefd op je wordt? Zoals Pieter, of die man die die foto's van gemaakt had, die dood is omdat hij niet verder meer wilde leven, en God weet waarom…"

Ze bleef me strak aankijken, met haar prachtige ogen en opeens kuste ze me.

"Liefje, stel geen vragen!" fluisterde ze en keek me weer bevelend aan. Alle drang om vragen te stellen vloeide uit me weg.

"Blijf hier," zei ze tegen mij en ik bleef op de bank zitten toen ze wegliep, zelfs toen ze terugkwam met een kop dampende thee.

"Liefje," zei ze, "ik had je zo graag willen helpen." Ze gaf me de thee. "Drink," beval ze me. En ik dronk een paar slokken thee.

"Je bent zo mooi," fluisterde ze, "En het is zo'n zonde. Echt, Marjan. Ik had er alles aan gedaan om jou van dat alcoholprobleem af te helpen," zei ze, terwijl ze me lief aankeek. "Of wil je toch nog iets zeggen?" Ze keek me weer onderzoekend aan.

"Ik vroeg me af," zei ik rustig, "Wat wil je nou eigenlijk?" Mijn stem verhief zich nu. " Je wilt me van mijn alcoholprobleem af te helpen, terwijl jij ook probeert de grootste verslaving te zijn van ons allemaal!" Dit laatste schreeuwde ik, en zij schrok.

"Marjan, hou nou toch eens op!" zei ze geïrriteerd. "Ik weet niet wat jij allemaal denkt, maar ik heb echt het beste met je voor," zei ze en ze keek me strak aan. Ik wist het nog zo net niet. Ik stond op en liep naar de deur. Zij kwam achter me aan en pakte mijn arm vast.

"Marjan! Blijf nou even!"

"Waarom?" vroeg ik haar. Iets in mij zei dat ik hier zo snel mogelijk vandaan moest.

"Omdat…" ze stopte en keek me diep in mijn ogen aan. Ik wist het meteen al, die blik in haar ogen… Haar andere hand gleed over mijn rug, en toen ze zag dat ik er niets tegen deed, streelde ze me overal waar haar handen konden komen. Ze gleden over mijn billen, mijn rug, mijn hals en mijn borsten. Ze drukte zich tegen me aan en kuste me in mijn hals, met kleine zachte zoentjes. Het duizelde in mijn hoofd. Ik stond aan de grond genageld en kon me niet verroeren. Terwijl zij zachtjes kreunde dacht ik: 'Niet toegeven, Marjan! Niet doen! Niet doen!' Toen kwam de genadeslag; haar ogen keken me weer diep aan met haar hypnotiserende blik…

Plotseling werd het argwanende knopje in mijn hersenen omgezet in vurige passie. Ze pakte me stevig op mijn bek en ik zoende haar terug. Nu brandde alles in mij van verlangen.

Toegeven was nu het enigste dat ik kon doen, het was het enigste waar ik nog aan dacht. Ze was als de alcohol, zo verleidelijk en agressief. Ze drong zich naar me op en bleef me strelen, net als alcohol. Net als alcohol was ook zij gewoon schijn; je wordt er niet beter van en je voelt je er niet prettiger door. Je dénkt het alleen maar, toch breekt het je echter op. Maar net als met alcohol dacht ik daar op dat moment niet aan. Als je ergens zo hevig naar verlangt kun je niet anders dan toegeven, je denkt alleen aan het idee en het kleine beetje aanrakingen en geestestoestand waar je zo naar verlangt…

Ik streelde haar overal, drukte haar tegen me aan. Ik wilde van alles met haar doen. Ik gooide haar op de bank, maar zij stond weer op. Ik kuste haar hals en beet er zachtjes in.

"Niet…" hijgde ze, "Niet zo snel! Oh, Marjan! Stop even!" Ze duwde me van zich af. Nu vond ik het wel een beetje te gortig worden; me eerst helemaal opgeilen en dan op het laatste moment terugkrabbelen. Maar toen ik haar aankeek zag ik dat ze minstens net zo geil was als ik. "Ga," beval ze, "Ga op de bank zitten en drink de thee op!" Ik deed wat ze me vroeg en zonder aarzelen dronk ik de thee op. Ik brandde mijn tong eraan, maar het maakte mij niets uit. Hierna herinner ik me niet veel meer, behalve dat ze me bleef strelen, dat ze iets in mijn oor fluisterde dat ik mij niet meer kan herinneren, dat haar ogen vochtig werden en dat er een traan over haar wangen liep.

Ik zit nu in mijn badkuip. Ik zit er alleen half uur, terwijl beelden door mijn hoofd flitsen. Mijn vriend is nu niet thuis. En dat is een zonde.

Mijn hoofd is nu onder water, mijn lichaam snakt naar ademhaling, maar ik laat het niet toe. Het water streelt mijn lichaam en met haar zachte dodelijke handen grijpt ze mijn keel vast. Maar het is een illusie, net zoals alles wat ik nu zie. Haar groene ogen zie ik voor me. Nu begint mijn lichaam wild te spartelen, maar het water houdt me vast.

"Stella!"roep ik in het water, maar het water dringt nu ook bij mij naar binnen.

Net wanneer het zwart voor mijn ogen wordt, herinner ik me plotseling wat ze in mijn oor gefluisterd had…

"Je moet dood, Marjan… Vanavond nog." En haar traan is het laatste dat ik voor me zie…