Dick en Arestidus in het museum

Arestidus: Pa, blijf nou sta-aan!

Dick: Arestidus, ik loop liever verder naar een galerij waarin kunstwerken hangen die wel wat voorstellen.

Lange stilte

Dick: Nou goed… wat vind jij, jongen?

Arestidus: Pijn…

Dick: Wat? Heb je je pijn gedaan?

Arestidus: Nee, pa. De man die dit schilderij gemaakt heeft.

Dick: Wat weet jij daarvan?

Arestidus: Zie je dat dan niet? Ze huilt…

Dick: Wie huilt?

Arestidus: De vrouw op het schilderij.

Dick: Is dat een vrouw? Oh ja, ik zie borsten boven de stokjes.

Arestidus: Ze schreeuwt het uit van pijn!

Dick: Ik zie een zwart gat voor haar mond… Als je dat bedoelt.

Lange stilte

Arestidus: Ja. Dat bedoel ik.

Dick: Sorry, jongen… Maar alles dat ik zie is een kinderachtige tekening van een man die niet kan tekenen. Ik kan niet meer zien.

Arestidus: Dat is wat ik zie. Er is niets meer. Niets meer dan pijn.

Dick: Jongen toch…

Arestidus: Ze is leeg vanbinnen. Alles is uit haar gehaald. Al het geluk, blijdschap. Ze is moe. Zo moe…

Dick: Jongen toch… Denk je nog veel aan mama?

Arestidus: Ja, pa. Ik denk nog veel aan mama. Dat zou jij ook moeten doen.

Dick: Dat heeft geen zin, jongen.

En ik wilde dat dit een gezellige dag zou worden. Een leuk museumbezoekje. Ik heb je nog laten uikiezen. Gezellig met zijn tweetjes. Jij en ik, jongen…

Arestidus: Maar zij is er ook bij. Ik zie haar!

Dick: Mama is dood! Die kan je niet meer zien!

Arestidus: Ik zie haar op het schilderij!

Dick: Jongen, als je nu niet ophoudt!

Arestidus: Dit is hoe ze was, pa! Toen had je haar nog kunnen redden! Maar dat deed je niet! Dat deed je niet! Je probeerde het niet eens!

Dick: ARESTIDUS!

Lange stilte

Dick: Sorry, jongen, maar ik denk dat we maar moeten gaan. (Hij trekt Arestidus mee, weg van het schilderij)

Arestidus: Dag, mama…

Zomer 2004