De zomer dat ons huis werd gestolen

Hoofdstuk 1
De stomste vakantie ever

Deel 1


Kiki zuchtte tevreden en draaide nog een rondje voor de manshoge spiegel. Haar botergele, gelaagde topje met gedraaide bandjes waaide op door de beweging en viel toen weer perfect op de riemband van haar kaki kleurige spijkerrokje.

Ze zag er perfect uit. Haar haar viel in zachte, recht gekamde krullen op haar blote schouders en ze had haar pony vastgezet met zilveren speldjes die haar donkerblauwe ogen echt lieten spreken. De enige twee dingen die ze nu nog miste, waren haar panterkleurige zonnebril en een volmaakte foto om op haar facebook te plaatsen zodat alle meisjes uit haar klas een voorbeeld hadden om naar te streven.

Nu ze het daar toch over had, waar was haar smartphone gebleven?

Kiki liet haar ogen door de kamer glijden tot ze de welbekende glimmer van haar getuite lippen emoji sticker zag die ze twee weken geleden op haar telefoonhoesje had geplakt. Hij lag op de stapel afgekeurde en opgevouwen kleren op haar bed.

Ze overbrugde de afstand tussen haar geliefde spiegel en haar bed huppelend en eindigde met wat haar vriendinnen plagend maar liefdevol de 'Kiki Draaikolk' noemden. En zoals altijd maakte die zijn naam waar; ze verloor in de allerlaatste seconde haar evenwicht.

Gelukkig voor haar - maar niet voor haar knieën - brak haar bed haar val. Met een 'Oef' klapte ze haar bovenlichaam dubbel en plantte ze haar gezicht in haar regenboog kleurige sprei.

Twee seconden later hief ze haar hoofd weer op en gilde snerpend. 'MIJN HAAR!'

Zelfs haar bonkende, stekende knieën konden haar niet afleiden van het rampscenario dat zich net voltrokken had.

'Niet mijn haar! Het heeft me twee uur gekost om het perfect te krijgen!'

'Kiki! We hadden afgesproken dat je zou ophouden met je imitatie van een brandalarm!'

Het geschreeuw van haar moeder - die vrouw begreep duidelijk niet het verschil tussen een steengoede en hilarische imitatie waar weken werk in had gezeten en een gil die bedoel was om een verpletterende ramp aan te duiden - werd overstemd door het geluid van een deur die zo hard werd dichtgesmeten dat het hele appartement ervan trilde.
Kiki liet haar handen heel even zakken.

Dat kon Bram niet zijn. Die accentueerde zijn laaiende en/of chagrijnige binnenkomsten altijd met het altijd fijne geluid van schoenen die met geweld tegen een muur terecht kwamen.

Dat betekende...

Kiki's handen vielen op haar schoot - haar verpeste kapsel was compleet vergeten - en een van haar nauwkeurig geplaatste speldjes die samen met het haar dat het vast moet houden los was geraakt tikte tegen haar wang vanuit de krul die over haar voorhoofd viel.

Haar hart begon te bonken en haar ademhaling versnelde. Deel van de reden dat ze zich zo opgetut had was om zichzelf af te leiden. Het had gewerkt... tot nu.

Een van haar handen gleed over de gebreide sprei tot haar vingers aangenaam koel glas vonden. Zonder echt te kijken sloot ze haar hand om het apparaatje en trok het naar zich toe.

Terwijl ze haar geliefde telefoon tegen haar borst drukte woelde ze met haar tenen door het mottige, hoogpolige tapijt vol sigarettengaten en wachtte ze op een teken. Wat voor teken dan ook.

Het hoefde geen gil van vreugde te zijn, het mocht ook een gelukzalige zucht zijn. Alles was goed.

'Kom op, kom op,' mompelde ze in zichzelf en ze drukte de telefoon nog wat steviger tegen zich aan - hij kon het hebben; waarom had ze anders dat hoesje eromheen zitten?.

Een volle minuut waarvan ze elke seconde telde ging voorbij, maar ze hoorde niets. Dat was vreemd, aangezien dit zogenaamde appartement zo gehorig was dat alle aanwezige bewoners het nog glashelder konden horen als je een VEER liet vallen.

Ze probeerde niet te denken aan hoe haar perfect aangebrachte lippenbalsem (haar ouders waren van die ouderwetse kwasten die haar nog te jong vonden voor lipgloss of lippenstift of andere make up, dus was ze gedwongen zich te verlagen tot glanzende lippenbalsem met een kleurtje) eraan ging toen ze op haar lip begon te knabbelen.

Ze wachtte nog één volle minuut voordat ze een besluit nam.

Nadat ze haar mobiel in haar zak had geduwd liet ze zich geluidloos van het bed glijden en sloop op blote voeten naar de deur van haar kamer. Dat kostte niet veel tijd, aangezien haar kamer niet veel groter was dan een gemiddelde schoonmaakkast (en toen ze voor de eerste keer naar binnen was gegaan had het ook precies geroken naar een schoonmaakkast) en er dus maar minstens 8 passen tussen zaten.

Bij de deur aangekomen hield ze weer even halt en spitste haar oren met haar hand om de deurknop die om een curieuze reden onder de bijtafdrukken zat. Ze streek afwezig met een vinger over een zo'n afdruk terwijl ze wachtte. Hij was ondiep, alsof degene (als het al een mens was geweest) eraan begonnen was en halverwege van gedachten was veranderd. Het resultaat zag eruit als een schaafwond die nog maar half genezen was.

Er was nog steeds geen teken geweest; het enige dat ook maar een beetje lawaai maakte waren haar gedachten.

Ze knabbelde nog wat aan haar lip en nam nog een besluit.

Voorzichtiger dan ze ooit in haar leven had gedaan opende ze haar deur. Het geluk stond duidelijk aan haar kant; de deur maakte net zo weinig geluid als zij.

De donkere hout van de gang voelde aangenaam warm aan haar tenen en maakte haar tocht door de gang stukken aangenamer. De stilte leek op haar te drukken als een speldenkussen; alsof ieder moment een van die puntjes iets te hard kon drukken waardoor ze zou ontploffen als een ballon.

Waar waren haar ouders gebleven?

Haar moeder had daarnet nog als een gek staan schreeuwen, dus ze kon niet ver zijn.

Ze drukte haar rug tegen de wit geverfde muur en gleed langs de ronde hoek totdat ze in de woonkamer stond. Ondanks dat het bewolkt was viel er oneindig veel licht door de twee grote ramen zodat de rechthoekige ruimte baadde in het geel/oranje licht en de houten meubels een bijna rode gloed kregen.

Kiki moest haar ogen toeknijpen om iets te kunnen zien, maar kwam er al vrij snel achter dat dat verspilde moeite was. De woonkamer was leeg.

Teleurgesteld liep ze een rondje om de lage tafel die midden voor de aftandse bank stond. Als er al iemand in deze ruimte was geweest, dan had hij of zij zorgvuldig de sporen daarvan opgeruimd.

'Maar als mam hier niet is, waar is ze dan?' mompelde ze in zichzelf en ze wierp een blik op de tafel. Hij stond een heel klein beetje scheef dankzij de hap die iets of iemand uit een van de poten had genomen (dat leek een terugkerend thema te zijn in dit appartement) en een kant was een beetje ingedeukt dankzij het feit dat haar moeder het blijkbaar een erg fijn plekje vond om te zitten, maar voor de rest was het een gewone tafel.